Spin op de plee

spin
© K. Dijksterhuis

Vlak voor ik ga slapen wil ik de w.c. doortrekken, als er iets van onder rand te voorschijn daalt. Het beweegt. Een stevige spin probeert aan de binnenkant tegen het steile porselein op te klimmen. Dat lukt niet, het is dat de spin zich als een bergbeklimmer met draden heeft verzekerd, anders zou ie in het water plonzen. Een spin doorspoelen krijg ik niet over mijn hart. Ik pak hem bij een poot, maar hij spartelt zo hevig dat hij losglipt, neerstort en vlak boven het water blijft hangen aan zijn draad. Een spinnendraad als levensader. Hij trekt zich op tot hij de wand weer voelt. Daar blijft hij roerloos zitten. Zou zo’n diertje denken: als ik me niet beweeg zien ze me niet, wie het ook zijn? Vraagt hij zich af hoe hij toch in zo’n benarde positie terecht kon komen? En hoe hij er weer uit komt? Ik denk het niet. Een spin heeft vast geen indrukwekkend analytisch denkvermogen. Hij reageerde in een reflex op mijn reddende hand: wegwezen! Ik probeer het met w.c.-papier. Hebbes. Ik knijp hem niet, ik houd hem losjes vast, maar stevig genoeg om hem niet te laten ontsnappen. Ik open de buitendeur en jodel hem de tuin in. Daarna trek ik door en was ik mijn handen.

Het is een trechterspin, ik denk een klein uitgevallen mannetje van de gewone huisspin, zo’n harige die ineens door de kamer kan rennen. Huisspinmannen zoeken spinnenvrouwen, die in hun trechterweb onder de kast wonen. Of de spin de buitenlucht overleeft is zeer de vraag. Toch heb ik het idee dat ik hem redde. Tevreden val ik in slaap.