Spin-alert!

Huisspin. Foto Koos Dijksterhuis

Mijn zoon riep vanuit de badkamer dat er een joekel van een spin in bad zat. Hij ging zelf alleen maar douchen, daar niet van, maar wat als die spin uit bad en in de douche klom? Ik antwoordde dat de spin niet voor niets in bad zat, dat ie erin was gevallen en er niet uit kon komen en dat, mocht ie er toch uit weten te komen, hij of liever zij, want het was een vrouwtje, geen enkele reden had zich in de douche te vervoegen, en al helemaal niet als die douche aan stond met een mens eronder.

Als wij een huisspin, u weet wel: die harige reus die door de kamer rent, al groot vinden, hoe moet een huisspin dan tegen ons aankijken, met haar acht ogen? Ik vertelde dat zo’n spin niet bijt, dat ze vanuit haar nestje onder een kast geleedpotige voorbijgangers vangt, zilvervisjes bijvoorbeeld, en ’s nachts ook wel op jacht gaat achter die zilvervisjes aan. Die zelf trouwens ook regelmatig in bad vallen en er niet meer uit kunnen komen. Of kruipen die uit het putje?

Zilvervisjes scoren misschien nog net iets hoger op onze ladder van afgrijzen, al vinden we ze vooral vies, niet eng, zoals spinnen. Ik ben zelf niet bang voor een huisspin, maar of dat altijd zo is geweest? Ik geloof het niet. Ik heb mezelf mij hele leven lang verteld dat spinnen ongevaarlijk zijn en zelfs gewenst, omdat ze muggen en andere ongewenste gasten opruimen. Op den duur ben ik het gaan geloven, maar als er een in de kamer zit, ben ik me er wel bewust van.

Ik doe tegen mijn zoon net of ik zo’n spin totaal niet griezelig vind. Toch zal ik zo’n beest niet met mijn blote handen oppakken, tenzij ik er eeuwige roem of een begerenswaardige prijs mee zou winnen. Wel zou ik de spin in een potje of eventueel theedoek kunnen vangen en buiten zetten. Maar dat is, zoals de naam huisspin al suggereert, geen opsteker voor het dier. Huisspinnen leven in huis. Ik zet ze wel eens in de schuur, bij wijze van compromis.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 14 december ’18)