Spanner op het raam

Paardenbloemspanner. Foto Koos Dijksterhuis
Paardenbloemspanner. Foto Koos Dijksterhuis

Nachtvlinders zijn minder kleurrijk dan dagvlinders, omdat hun kleuren ’s nachts nauwelijks op prijs gesteld worden. Nochtans zijn zelfs de saaist gekleurde nachtvlinders bij nader inzien fraaie kleinoden…

Neem nou de paardebloemspanner. Die fladdert na zonsondergang rond, met zijn grijsbruine vleugeltjes van een centimeter lengte per stuk en valt verder niet op. Het motje komt in tegenstelling tot veel nachtvlinders niet eens op licht af. Al leek de paardebloemspanner op de foto wel op licht af te komen. Die nam op het raam plaats, en bleef met gespreide vleugels zitten.

Paardebloemspanners zitten vaak op muren en schuttingen. Misschien was deze niet uit op licht, maar beschouwde hij het raam als een soort muur. Zo’n vlindertje snapt waarschijnlijk niets van de doorschijnende barrière van een glasplaat.

De volgende ochtend zat de vlinder er nog steeds, hoewel het licht intussen achter hem scheen. Vanuit huis kon ik hem in het tegenlicht van de dageraad fotograferen. Na de fotoshoot fladderde hij naar de bosjes.

Zie hoe zijn vleugels omzoomd zijn met een rafelrandje van franje. Goed voor een geruisloze vlucht. Tegen vleermuizen zal dat niet helpen, tegen andere belagers wel. De stipjes middenop de vleugels zijn karakteristiek voor de paardebloemspanner.

Spanner heet hij omdat hij zich als rups op gespannen voet voortbewoog, zich samentrekkend tot een hoefijzer en vervolgens vooruitstrekkend. Paardebloemspanner heet hij omdat hij paardebloemen als waardplant heeft. Hij, of liever zij zet haar eitjes af op paardebloemen, waar de rupsen verzot op zijn. Ook klimop wordt geaccepteerd als waardplant. Wel zo handig voor een vlinder die graag op muren en schuttingen zit.

Twee keer per zomer bereiken paardebloemspanners een piek in hun voorkomen: in mei en in augustus.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 25 aug. 2015)

Spanner op het raam
DELEN