Spannende spanner

Gerande spanner. Foto Jeanette Essink
Gerande spanner. Foto Jeanette Essink

Warm is het op Schiermonnikoog. Het miegelt van de vlinders. Als de deur opengaat, fladderen overdag atalanta’s en zandoogjes naar binnen. ’s Avonds krijg je geheid visite van nachtvlinders.

Rond ons huisje op Schier staat een singel van loofbomen. Eiken, iepen, lijsterbessen, elzen, beuken, een enkele meidoorn en esdoorn. Er is ook een ongemaaid veldje met hoog gras en er zijn bloemen, inclusief een vlinderstruik.

Er fladderen altijd wel witjes, blauwtjes en andere vlinders rond. Als je door het gras of langs de bosrand struint, dwarrelen er vaak kleine motjes op, om meteen weer te verdwijnen. Ik maak ze uit voor grasmotjes, al zitten er ook iets grotere bij, die wit zijn.

’s Avonds dringt er zo’n witte binnen. Hij is niet alleen wit, maar heeft zwarte vlekken langs zijn vleugelranden. Het is een gerande spanner. Ik wil hem buiten zetten, maar krijg hem niet te pakken. Je moet voorzichtig zijn met vlinders. Niet dat ze na iedere aanraking gegarandeerd doodgaan, zoals een oude mythe wil doen geloven, maar kwetsbaar zijn ze wel.

Gerande spanners zijn algemeen. Ze houden van loofbomen, vooral van wilgen en al helemaal als die geknot zijn. Ze heten niet spanner omdat ze met gespreide vleugels plaatsnemen op een blad (foto) of op de binnenmuur van ons huisje. Dan hadden ze beter spreiders kunnen heten. Ze heten spanner omdat ze zich als rups voortbewegen door steeds hun achterste tot een hoepeltje op te trekken en zich vervolgens voorwaarts uit te strekken. Kennelijk zijn er mensen die dat spannend noemen.

’s Morgens ligt de spanner te zieltogen in de vensterbank. Ik zet hem in de bosrand, maar of ie het haalt? Wat zijn vlinders toch kwetsbaar.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 6 aug. 2014)

Spannende spanner
DELEN