Snoepende merels

Merel m. Bernstorff, © K. Dijksterhuis

In het dorp op Schiermonnikoog ploffen we na een enorme wandeling neer op het terras met uitzicht op de oogstrelende concurrent Van der Werff. De avondzon gluurt door de Middenstreek. Een merel hupt naderbij. Ze maakt veel lawaai, het klinkt als alarmerende merelkreten. Maar ze hoeft niet te alarmeren, ze hoeft niet naar ons toe… Of zou ze roepen dat ze iets lekkers wil? Daarom is het haar natuurlijk begonnen. Bij elke kreet klapt ze haar staart op, alsof ze een ingewikkelde landing inzet. Ze komt steeds dichterbij, tot we haar bijna kunnen aanraken.
Als de ober koffie brengt, vertelt hij sterke verhalen over de vogels op het terras. Voor hem zijn mussen en merel eender, maar meeuwen zijn anders. Toen er mussen op de tafeltjes van de appelgebak snoepten, zwermden er ook meeuwen rond. Meeuwen zijn gek op appelgebak, maar één meeuw stortte zich op een tafeltje en vloog weg met een mus in zijn snavel. Mensen kunnen mussen het leven moeilijk maken, maar op zo’n moment kiezen alle mensen op het terras partij voor de mus en tegen de meeuw. Een zilvermeeuw slikt dan even moeilijk, waarna er nog een ogenblik een soort adamsappel in zijn keel te zien is. Weg mus.
De merel stoort zich niet aan zulke verhalen. Bij de koffie krijgen we dûmkes, van die harde anijskoekjes. Merel blijkt er dol op. Na wat gesnoep vliegt ze kwetterend weg. Even later keert ze terug, gevolgd door een merelman die al even verzot blijkt op dûmkes. We vinden ze zelf ook lekker. Maar wacht, binnen staat de mand met dûmkes onbeheerd.