Snip in de tuin

Dode houtsnip op de stoep. Foto Elisabeth Koops
Dode houtsnip op de stoep. Foto Elisabeth Koops

’s Morgens vertrok ik naar een afspraak. Er schoot iets onder de heg. Ik tuurde en zag een donkerbruine bal waar een lange snavel uitstak. Een houtsnip.

Houtsnippen zijn de waadvogels van het bos. Ze waden niet door water maar door bladeren, op zoek naar wormen. In de lente baltsen houtsnippen in de avondschemer. Ze fladderen vleermuisachtig rond, kwakend, knorrend, proestend en snuivend. Snipverkouden. Wie dat een keer meemaakt, vindt houtsnippen zo aandoenlijk, die zal ze nooit meer eten, laat staan schieten.

Voor 1400 euro kunt u een weekend snippen schieten in Ierland. Hoe verzinnen ze het. Tegenwoordig worden houtsnippen ook gevangen om ze te ringen. Opdat hun trekgedrag bekend wordt. In Scandinavië zijn meer houtsnippen dan hier. Voor de winter komen ze met duizenden naar Nederland. Toch zie je ze zelden. Houtsnippen zijn nachtvogels, hebben een schutkleur en houden zich overdag koest. Ze vliegen pas op het laatst weg. Dan fladderen ze met hun ronde, brede vleugels tussen de stammen door.

De komende weken arriveren de noorderlingen bij ons. Een arriverende houtsnip landt met zijn plompe lijf op een open plek in het bos. Soms is een houtsnip zo moe, dat ie zich in een stadstuin laat neerploffen, een open plek in de stadsjungle. Ieder jaar zie ik wel een houtsnip in de stad. Soms levend, soms dood.

De houtsnip zat daar roerloos onder een donkere struik. Wat moest ik doen? Ik moest naar een afspraak. Houd moed, houtsnip, dacht ik. Toen ik ’s middags thuis kwam, gluurde ik of hij er nog zat. Ja. Of nee. Een bruine vogelkop met een lange snavel lag naast een bloederige poot in een bedje van losse veren.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 23 okt. 2014)