Snelle zweefvlieg in pyjama

Pyjamazweefvlieg Episyrphus balteatus, © K. Dijksterhuis

Zijn streepjespakje zou je met een gevangenisuniform kunnen vergelijken, maar de eerste die de soort zijn naam gaf zag er een pyjama in. Of nee: niet de dwarse streepjes, maar de onopvallende grijze strepen in de lengte bovenop zijn glanzend koperen nek zijn vast de pyjamajas. Die nek wordt door kenners vreemd genoeg het borststuk genoemd. Het hart op de tong, de borst op de nek. De rode oogjes hebben op de naamgever misschien een slaperige indruk gemaakt, hoewel ze wel wagenwijd opengesperd staan. De soort wordt ook wel cocacolazweefvlieg genoemd, vraag me niet waarom.

De vlieg kan verrassend snel wegvliegen, zijwaarts als het moet. Ook kan hij met razendsnelle vleugelslag op de plaats rust in de lucht hangen, om ineens een meter weg te schieten en daar andermaal te blijven hangen. Slaperig of niet, pyjamazweefvlieg is geen zware jongen. Tenminste, voor mensen. Bladluizen denken daar vast anders over, als ze kunnen denken. De pyjamazweefvlieg legt eitjes op planten vol bladluizen en zijn kindekes zijn rupsjes nooitgenoeg. Die zien eruit als platte wormpjes en zijn een beetje doorschijnend. Met de zon erachter lijkt ook de volwassen zweefvlieg doorschijnend, zie de foto. De zoetige, lichtverteerbare bladluizen gaan er grif in bij deze larven. Ze grijpen een bladluis met hun kaken en zuigen de prooi leeg. Volwassen pyjamazweefvliegen zuigen ook, maar dan nectar uit bloemen. Daarbij eten ze een hapje stuifmeel.

Mensen deinzen vaak terug voor deze en andere geelzwart gestreepte zweefvliegen, omdat die pyjama ze doet denken aan wespen. Dat hebben die zweefvliegen slim bekeken, een wesp nadoen zonder in een angel en vergif te hoeven investeren.