Smienten herenigd

Smient. Foto Koos Dijksterhuis
Smient. Foto Koos Dijksterhuis

De smienten zijn er weer. Sinds september druppelden ze binnen uit het noorden en oosten en nu bevolken ze wateren en graslanden. Ik zie ze in groepjes zitten dutten op oevers – smienten zijn ’s nachts actief. Ze zijn prachtig, met hun zilvergrijze lijf, zwarte staartje en vooral hun zalmroze borst, oranjebruine kop en gele voorhoofd.

Smienten broeden nauwelijks in Nederland, al zijn er enkele tientallen die pogingen wagen, maar ’s winters zijn er des te meer, met ooit bijna een miljoen vogels. Dat was eind jaren 1990. Jarenlang nam het aantal smienten gestaag toe, het leek de talrijkste eend van ons land te worden, want de wilde eend slonk in aantal. Maar de laatste twintig jaar neemt de smient nog gestager weer af, volgens Vogelbescherming met zo’n vijf procent per jaar.

Nou kun je denken: ach, het zijn er zoveel, dat mag wel wat minder. Tja. Er zijn twintig keer zoveel mensen in Nederland, die per persoon veel groter en zwaarder zijn dan een smient. En buiten Nederland zijn nog veel meer mensen, in heel Europa wonen er ruim 740 miljoen, en op de wereld nog tien keer zoveel, terwijl een derde van de wereldbevolking smienten ’s winters in Nederland zit, waaronder het leeuwendeel van de Europese populatie. Water en eiwitrijk gras; meer hebben ze niet nodig. Boeren pleiten niettemin voor afschot.

Vogelonderzoeker Fred Cottaar ringt smienten en brengt in kaart waar ze broeden. “Hun broedgebied strekt zich uit over een gigantisch gebied, van Scandinavië tot diep in Rusland”, vertelt hij. Een door hem geringde eend werd in Noord-Finland teruggezien met kuikens. Smientenpaartjes blijven elkaar trouw, maar de woerden bekommeren zich niet om kuikens. “De mannetjes vertrekken na de paring naar een veilige plek om te ruien. Pas als ze ’s winters in Nederland zijn, worden de stelletjes herenigd.”

Ze herkennen elkaars stem vast. Smienten kwaken niet maar roepen “pieuw, pieuw”.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 6 november ’19)