Slanke kever met lange sprieten

Eikenboktor, © K. Dijksterhuis

Boktorren komen in Nederland wel eens in het nieuws, en dan steevast als plaag. Boktorren eten hout en worden daarom schadeljk gevonden en bestreden. Sommige eten levend, de meeste dood hout. Daar is niets mis mee, maar boktorren beschouwen ook zolderbalken en houten meubels als dood hout en geef ze eens ongelijk. Daar kunnen ze gangen in knagen. Henk van Halm stouwde zijn huis vol Afrikaanse kunst en uit een enorm beeld brak na een half jaar ineens een joekel van een boktor. Die tropische verrassing heeft het vast niet lang overleefd, en hoewel Henk genoeg tropisch hout in huis had voor een weelderig nageslacht, was er waarschijnlijk toch geen boktorpartner te vinden. Maar als er wel een partner was, zouden ze elkaar weten te vinden ook. Met die enorme antennes van ze moet dat een koud kunstje zijn.

Er zijn ruim 20 duizend soorten boktorren. Dat Noach meer dan 40 duizend boktorren aan boord had en zijn houten ark toch drijvende wist te houden, komt natuurlijk doordat de torren zelf geen hout eten, dat doen alleen de larven. De torren zijn er om twee aan twee een nieuwe generatie te scheppen. Ze eten niets of alleen nectar en stuifmeel. Dat doet de eikenboktor op de foto zeker, die nogal onhandig over de bloemen klautert. Een vrij lange tor is het, lang en slank, zoals boktorren plegen te zijn. Ook heeft ie lange voelsprieten, helemaal des boktors. De eikenboktor heeft sprieten met witte uiteinden. Voor grote kevers is in modern Nederland weinig plaats meer, maar in Frankrijk snorren ze regelmatig over: gouden prachtkevers, vliegende herten, mei-, juni- en julikevers, mestkevers en boktorren.