Seizoensvogels op het eiland

Scholeksters Foto Koos Dijksterhuis

Op Schiermonnikoog verblijf ik twee weken als vakantieganger, als badgast dus, zoals de eilanders hun bezoekers een ietsepietsie uit de hoogte noemen. Het eiland blijkt wel meer seizoensvisite te ontvangen.

Allerlei wadvogels zijn reeds onderweg van hun polaire broedgebied naar hun winterverblijf. Onderweg vreten ze zich vol op de wadden. In augustus zijn ze daar nog in hun prachtige zomerdracht te zien.

Rosse grutto’s, zwarte ruiters en bonte strandlopers waden met eb door de plassen en geulen op het wad. Sommige rosse grutten zijn al grijsbruin, veel zijn nog oranjerood, evenals de kanoetstrandlopers. Sommige zwarte ruiters zijn nog gitzwart en makkelijk te onderscheiden van de wit met grijze tureluurs op wie ze lijken. Bonte strandlopers zijn ook nog zwart, maar alleen op hun buik.

Over de groen begroeide wadplaten tussen het Rif en de Oude Steiger komt een zilverplevier fluitend aanvliegen, ook al met een pikzwarte buik en hals, die weldra plaats zal maken voor witte winterveren.

Bij de Westerplas lopen oeverlopers langs de oever. Die oever is een strandje geworden sinds de Westerplas deels verdampte.

Op het strand drommen bij vloed de drieteenstrandlopers samen. Zoals alle gezelligheidsdieren, inclusief de mens, zijn ze aan het kwebbelen, duwen, trekken en kibbelen. Gezelligheid is één ding, wie te dichtbij komt, krijgt een pik. Als de pikorde is hersteld, trekken ze één poot op en steken ze hun kop in de veren.

Steltlopers hebben op het wad meer een eb-vloed-ritme dan een dag-nacht-ritme. Ook ’s nachts houden ze contact en kun je de roep horen van wulp, regenwulp, goud- en zilverplevier, tureluur en groenpootruiter. En natuurlijk van scholeksters. Die permanente eilandbewoners zijn alweer druk aan het paarvormen, intrigeren, stoken en rotzooien. En bij al die activiteiten klinkt hun “tepiet tepiet tepiet!” Een heerlijk waddengeluid, dag en nacht.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 14 aug. 2018)

Seizoensvogels op het eiland
DELEN