Seizoensmigranten op zee

Lepelaar, Fotograaf onbekend

Midden op de Waddenzee waait een distelvlinder over het dek van de veerboot, een trekvlinder die op de zuidenwind naar Schiermonnikoog zeilt. De man naast ons ziet hem niet. Ik schat hem 67. Net als zijn vrouw gaat hij gekleed in nieuwe merkkleding uit een outdoor-sportzaak. Anders dan zijn vrouw draagt hij een Zeiss-verrekijker van tweeduizend euro, die hem het air van een ervaren vogelaar geeft. Hij tuurt over zee en mompelt ‘bergeenden’ tegen zijn vrouw. Net als de distelvlinder lijken de outdoor-ouderen me seizoensmigranten.

Hetzelfde geldt voor de vier lepelaars. Ze vliegen iets sneller dan de met nieuwe motoren uitgeruste boot en halen ons heel langzaam in. Groepen zwart-witte eiderwoerden vliegen in de verte. Twee eidervrouwen waggelen over een wadplaat, twee donsballetjes waggelen mee. Voor een eidercreche is twee maar een kleine kuikenschare.

Visdiefjes volgen de boot. Hopen ze op door de schroef gedode vis? Meeuwen volgen de boot niet. ‘Verboden de meeuwen te voeren’, staat er op de bordjes. De gerenoveerde boot heeft een brug waarvandaan de kapitein ieder hoekje in de gaten kan houden. Dat maakt stiekem meeuwen voeren lastig. Jammer, want het is spectaculair ze op de kruimels te zien duiken. Het verbod werkt, want de meeuwen hebben de achtervolging gestaakt. Mantel-, zilver- en stormmeeuwen scharrelen en fladderen aan de rand van de wadplaat mee met de boeggolf die daar ongetwijfeld iets eetbaars aan het licht brengt.

Omdat de oudere outdoorvogelaar ondanks zijn Zeiss de vier lepelaars vlak boven ons maar niet opmerkt, wijs ik hem erop. Hij antwoordt niet en keurt de vogels nauwelijks een blik waardig, maar stoot wel even zijn vrouw aan. ‘Lepelaars’, mompelt hij.