Schommelende houtduif

Houtduif. Foto Koos Dijksterhuis
Houtduif. Foto Koos Dijksterhuis

Onder vogelaars zijn ze vast niet zo geliefd, maar ze horen tot mijn favorieten: duiven. Vooral de houtduif. De houtduif verwelkomt mij vaak ’s morgens met zijn sonore gekoer in vijf tonen. Een fijn, zomers geluid dat het opstaan veraangenaamt.

Vervolgens scharrelt de houtduif gezellig door mijn tuin. Eerst neemt hij plaats op de nok van het caviahok, om waakzaam rond te spieden. Dan springt hij met gespreide vleugels op de grond. Daar, achter het caviagaas rond het gras, hangt een houten vogelhuisje met zaad. De vogels die ervan komen eten, kennen geen etiquette aangaande tafelmanieren en morsen zeker de helft. Daar zal weldra weer een mini-akkertje groeien, maar nu kuiert de duif op zijn dooie akkertje rond en pikt zijn krop vol.

Duiven hebben een krop, die ze kunnen volproppen, zodat ze niet lang op de grond hoeven rond te schommelen. Want op de grond is het riskant. Katten! Toch lijkt mijn houtduif de tijd te nemen.

Ik heb ze nog niet zien nestelen, maar duiven kunnen bijna altijd wel broeden. Dat mag ook wel, want de meeste van hun legsels gaan verloren. Ze waaien de boom uit of worden opgegeten. Broedgewijs hebben ook duiven een voorkeur voor de lente en zomer. Dan zie je ze hun baltsvluchten maken. Klapwiekend omhoog en dan in steile glijvlucht naar beneden, bijna een looping. Prachtig gezicht. Die onhandige dikzakken blijken bijzonder behendige vliegers. Niet alleen zijn ze meesters in de lange afstand, ook valt het voor een roofvogel niet mee zo’n verrassend wendbare duif te pakken, tenzij die duif verrast wordt.

Mijn houtduif kijkt omhoog, zet zich af en klapwiekt de boom in, waar zijn geliefde wacht.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 5 feb. 2015)