Schietmotten in huis

Schietmot Limnephilus affinis. Foto Koos Dijksterhuis
Schietmot Limnephilus affinis. Foto Koos Dijksterhuis

In ons huisje op Schiermonnikoog treffen we niet alleen de gebruikelijke trillende trilspinnen en zieltogende pissebedden aan, die we na een woeste ronde met ragebol en motblik het huis uit jodelen. Nee, er huizen ditmaal twee soorten insecten waarvan ik niet begrijp wat ze er zoeken. Vooral ’s avonds verschijnen ze uit kieren en gordijnplooien: rode smalbokken en schietmotten.

De smalbokken zijn boktorren wier larven leven van rottend dennenhout en voorzover er dennenhout in huis is, lijkt dat niet rottend.
De schietmotten zijn helemaal een raadsel. Schietmotten leven één of meerdere jaren als larve in het water, waarna ze langs een waterplant de nattigheid uitkruipen en uit hun huid kruipen, om net als libellen en eendagsvliegen even als volwassen insect rond te vliegen. Dan planten ze zich voort en droppen ze hun eitjes in het water, waarna hun leven eropzit.

Er zijn schietmotten die planten eten, die dierlijke prooien eten, die rottend afval eten, die alles eten, maar dat doen ze als larve. Dan hullen ze zich in plantenrestjes, zodat ze op onder water wandelende takjes lijken. Kokerjuffers. Als vliegend insect eten ze niet veel meer, ze hebben zelfs nauwelijks een mond, ze hoeven alleen maar te paren.

Als ik ’s avonds in bed lig, zitten er twee in de lamp. Zucht. Toch maar even vangen en buiten zetten.

Op waarneming.nl verklapt een kenner me dat het de soort Limnephilus affinis is. “Die vliegt goed en komt op licht af.” Okee, maar ons huisje heeft horren voor alle ramen en de deuren staan met deze kou niet open, ’s avonds. En andere jaren met warmere lentes waren er geen schietmotten. Het blijft wonderlijk.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 1 juli 2015)