Schelpen uit het oosten

Korfmossel, © K. Dijksterhuis

In september 2004 reed ik op een warme dag langs Strand Horst, waar ik even pauzeerde voor een duik in het Veluwemeer. In het water vond ik schelpjes op de bodem. Lege schelpen van geribbelde tweekleppigen. Ze waren dikker en steviger dan zoetwaterschelpen meestal zijn. Het waren geen driehoeksmosselen of iets anders bekends. Ze hadden een donkergroene buitenkant en een glanzend lila binnenkant. Ik had ze nog nooit gezien. Bladerend op internet ontdekte ik dat het korfmosselen waren. Ik ben vergeten welke korfmosselen, want er zijn er twee. De Aziatische korfmossel lijkt zowel qua uiterlijk als qua naam (Corbicula fluminea) sterk op de toegeknepen korfmossel (Corbicula fluminalis). De Aziatische is in 1988 voor het eerst in Nederlandse  wateren gevonden, de toegeknepen voor het eerst in 1989 werd gevonden langs de Lek. Beide zijn ondertussen algemeen langs de grote rivieren en blijkbaar ook in de randmeren. Oorspronkelijk komen ze voor in Azië, Rusland en de voormalige Zuid-Russische republieken. Daar zouden ze vandaan gekomen kunnen zijn, via het Donau-Rijnkanaal bijvoorbeeld. Niet zwemmend, maar in het ballastwater van schepen. Schepen vervoeren onbedoeld massa’s weekdieren de wereld over.

Er wordt meteen beweerd dat korfmosselen eerder ingeburgerde schelpdieren als driehoeksmosselen verdringen of andere ellende met zich meebrengen.  Daarvan zijn geen bewijzen maar het zou best kunnen. Sommige mensen zijn juist ingenomen met hun kunst. Aziaten eten korfmosselen met smaak. Daarom beweren niet-Aziaten dat de schelpdieren door Aziaten moedwillig zijn ingevoerd en vrijgelaten. Dat zou in Oost-Afrika en Amerika ook gebeurd zijn. Nou ja, enkele strenge winters achter elkaar en het aantal korfmosselen is gedecimeerd. We hebben al twee strenge winters gehad.