Schelp van de liefde

Vernusschelp, © K. Dijksterhuis

Terwijl ik op het strand een sliert rotganzen uitzwaai, die over zee uit het zicht verdwijnt, dringt zich via mijn ooghoek een schelpje in het zand op. Alle schelpen zijn leuk, maar sommige hebben een streepje voor. De venusschelp is klein en asymmetrisch, doorgaans geen esthetische aanbeveling. Toch vind ik het schelpje prachtig. Misschien omdat het stevig is of qua vorm een beetje aan een mini-noordkromp doet denken. Ze zijn aan één kant rond, aan de andere kant recht. Die rechte zijde loopt vanaf de scheve punt uit tot een stompe punt. Levende en nog niet zo lang dode venusschelpen zijn beige, soms met donkere banden die van de top uitwaaieren. Oudere schelpen zijn egaal bruin, vaak wat donkerder dan verse schelpen en soms blauwgrijs, wat komt door ijzer in de bodem. Levend vertoeven venusschelpen ook in de bodem, vooral daar waar de zee tientallen meters diep is. Ze zijn ook wel eens in vierhonderd meter diep water aangetroffen. Losse kleppen zijn algemeen op het strand, vlakbij de waterlijn. Dubbele schelpen zijn veel zeldzamer.

Als ze nog leven, filteren de weekdieren eetbaarheden uit het zeewater. Zelf worden venusschelpen ongetwijfeld wel eens door zeeëenden ingeslikt, maar ze moeten stevige kost zijn. De eendenmaag heeft ongetwijfeld een zware klus aan het kraken van de in hun geheel ingeslikte schelpdieren. Op internet waart rond ‘dat venusschelpen achttien dagen in een vogelmaag kunnen overleven en zonder schade weer uitgepoept kunnen worden’. Hoe dat bekend werd is de vraag, het zal wel een sterk verhaal zijn. Maar mooi zijn de schelpen wel. Niet voor niets zijn ze vernoemd naar Venus, de onweerstaanbare godin van de liefde.