Schaarse kluten vermenigvuldigen zich

Parende kluten. Foto Koos Dijksterhuis
Parende kluten. Foto Koos Dijksterhuis

De kluten hebben kuikens. Daaraan voorafgaand hebben hun ouders gepaard. Dat ging gepaard met kort en hevig gebalanceer. De parende kluten op de foto waadden samen door het ondiepe water bij de opgespoten zandplaten bij Kimswerd, tussen Harlingen en de Afsluitdijk. Dat kale zand is een broedplek voor kokmeeuwen, visdiefjes, Noordse sterns en kluten.

De twee kluten drentelden een tijdje om elkaar heen. Plotseling sprong één van beide op de ander. Hij vouwde zijn staart om de hare en duwde zijn lichaamsopening tegen die van haar. Enkele seconden duurde de daad die door kerkvader Augustinus beschreven werd als mystieke eenwording. Maar Augustinus had het niet over kluten.

Kluten zijn buitengewoon elegante steltlopers. Sneeuwwit en gitzwart is hun verenkleed, lang en slank zijn hun vleugels. Ze dragen een mysterieuze, zwarte kap en masker. Hun lange, opgewekte snavel completeert hun geslaagde design.

Met die snavel zwiepen ze heen en weer door en over de modderbodem. Al zwiepend weten ze klein gedierte op te pikken. Zo stappen ze zwiepende voort, systematisch de bodem afwerkend. Wormen, garnalen; ze eten wat de pot schaft in zoet, brak of zout water.

Langs de Waddenzee en in de delta zijn kluten algemeen. Maar daarbuiten zijn ze dat niet. In totaal zijn er naar schatting slechts zo’n vijf- à zesduizend paren in Nederland. Dat is ongeveer een kwart van alle kluten ter wereld. Nederland herbergt dus een groot deel van deze schaarse, prachtige vogels.

Kluten lopen op hoge poten. Heel soms kom je kluten tegen op nog hogere poten. Die poten zijn bovendien vuurrood. Dat zijn steltkluten. Die zijn veel algemener in Zuid-Europa, maar veel zeldzamer in Nederland. Gelukkig is er weer een generatie kluten bijgekomen.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 7 juni 2016)