Samen vliegen spreeuwen sterk

Spreeuwenzwerm, © K. Dijksterhuis

Bent u een groepsmens? Ja, dat bent u. Misschien geniet u minder van de massa dan een joelende voetbalsupporter, misschien voelt u zich een einzelgänger en gaat u weleens in uw eentje naar de film. Toch bent u een groepsmens. Zonder groep is het niets gedaan. Mensen zijn groepswezens. Wie nergens bij hoort, wordt ongelukkig. In een groep voelt een mens zich prettig, ook al is het een straatbende of een sekte. De markt, de winkelstraat en het warenhuis op zaterdagmiddag… Velen staan zelfs gelukkig in de file. Een oud en beproefd voordeel van het groepswezen is veiligheid. Samen staan we sterk. Sommige vissen en vogels scholen waarschijnlijk uit veiligheidsoverwegingen samen. Spreeuwen bijvoorbeeld. Ik zag in de verte een enorme zwerm boven een boerderij in de lege Noordpolder aan de Groninger waddenkust. De duizenden spreeuwen wapperden als een reuzenvlag heen en weer, op en neer, van voor naar achter. Het golfde, zwierde, verdichtte zich en dunde uit. De kleine vogels vormden één kolossaal geheel. Door de kijker volgde ik twee sperwers. Ze raasden als raketten langs de zwerm en knalden er dan plotseling dwars doorheen. Maar niet één keer zag ik ze beet hebben. Pas als een spreeuw van de groep afdwaalde, werd het menens. Zo was het bij mensen vast ook, ooit. Wie verstoten was of verdwaalde, moest geen vijanden tegenkomen. Tegenwoordig kleven er andere gevaren aan alleen-zijn. Eenzaamheid, neerslachtigheid, ellende. Spreeuwen komen daar niet aan toe. Niet bij de zwerm die ik zag. De spreeuw die  zijn eigen weg ging, kreeg vier sperwerogen op zich gericht. Dat kon niet lang duren. Bij groepsdieren wordt eigenzinnigheid afgestraft.