Salamander op pad

Kleine waterslamander. Foto Koos Dijksterhuis
Kleine waterslamander. Foto Koos Dijksterhuis

Als mijn gezelschap niet waarschuwde, had ik er zomaar bovenop kunnen gaan staan. Een kleine watersalamander kruist ons pad. Het diertje is een centimeter of zes lang en heeft een oranje buik. Ze wil paren en is voor die daad onderweg naar het water dat verderop ligt te glinsteren. Het lijkt me een vrouwtje, want ze heeft weinig kleur en geen kamsalamanderachtige kam op haar rug.

Het fietspad is een hele barrière voor het trage dier. Ze stapt er voetje voor voetje met stramme pootjes overheen. Tjee, wat gaat ze langzaam. Toch moet zo’n geplaveid pad makkelijker lopen dan de hobbelige omgeving met gras en hei. Maar op het fietspad dreigen gevaren. Wandelaars en vooral: fietsers. In de natuur zijn fietspaden slagvelden. Kikkers, padden, rupsen, wormen, slakken, kevers, vlinders; wat ik daar niet platgewalst aantref… Soms is een rups voor een deel plat, terwijl de andere helft nog spartelt.

Er komt een mountainbiker aansjezen. De salamander bevindt zich op een derde van het pad. Ik ga ervoor staan, en groet de voorbijflitsende fietser, die verbaasd kijkt. De salamander rust een tijdje uit. Dit wordt niks, zo. Naast het fietspad en een meter tussenberm ligt een zandweg. Voor het amfibie daaroverheen is, zal de dag voorbij zijn. En er hoeft maar een boswachter met zijn groene terreinwagen te passeren, of het salamandervrouwtje is er geweest. Dus til ik haar op. Ze ligt doodstil op mijn hand. Ik breng haar naar de overkant. Daar lijkt ze even de verkeerde kant op te willen, terug, andermaal de weg en het pad over. Maar dan herstelt ze haar koers en strompelt ze gelukkig verder in de richting van het water.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 26 maart 2015)