Ruige weerschijn

Ruige weerschijnzwam, Foto Koos Dijksterhuis
Ruige weerschijnzwam, Foto Koos Dijksterhuis

Als we uit Haarlem westwaarts lopen, wandelen we Bloemendaal binnen. Stad en dorp zijn met elkaar vergroeid. Nou ja, de huizen zijn 8 keer zo groot, de tuinen 16 keer. Een fors deel van de auto’s is zo duur als een rijtjeshuis. Bewonderenswaardig slanke dames met bontmutsen laten hondjes uit die niet verharen, en dus getrimd en getutteld moeten worden: labradoedels. Ondanks de nachtvorst staan op deze weekdag drie sproeiers een ongebruikt kunstgrasveld te besproeien. Als er iets verspild kan worden, moet je het verspillen.

Mooie villa’s in tuinen als landgoederen. Wat een lanen, wat een bomen. Villadorpen zijn altijd rijk voorzien van statige loofbomen. Er broedt en zingt een keur aan bosvogels, vinken vooral. Op de kortgehouden grasbermen onder de bomen kunnen de fraaiste paddestoelen opduiken. Nu niet, het voorjaar was te droog.

Toch groeien er zwammen in een paar joekels van platanen op een schilderachtig pleintje. Oei, dat kon weleens het einde betekenen van de platanen. Sterker nog: dat betekent gegarandeerd hun einde. Niet tegen de mannen met de zaag zeggen, anders worden ze verwijderd, ter voorkoming van ‘gevaarlijke situaties’. Bij gevaar is er in de media sprake van ‘situaties’, er dreigt nooit gewoon gevaar. De zaagmannen zouden in overtreding zijn, want de zwammen staan op de rode lijst.

Zulke zwammen: groot, ovaal, oud en zwart geblakerd, zagen we vorig jaar in Duitsland in een beuk. Ook die zaten te hoog om hun bovenkant te kunnen zien. Deze Bloemendaalse jongens zullen wel te geblakerd zijn, maar anders was er op hun geelbruine hoed vast een ruige weerschijn te zien. Het zijn ruige weerschijnzwammen. De bedenkers van paddestoelennamen verdienen literaire prijzen.

(Natuurdagboek Trouw 22 april 2013)