Rozenkransjes voor Schiermonnikoog

Rozenkransje, © Thijs de Boer

Hoe treurig kan het een soort vergaan… Van het rozenkransje zijn in Nederland nog maar zes groeiplaatsen over. Ooit groeide deze kleine maar fijne composiet op graslanden, heiden en duinen. Graslanden, heiden en duinen zijn bemest door wind en regen, ze raakten begroeid met lang gras, met woekeraars als braam en met opslag van berken, lijsterbessen, wilgen. De konijnen die de planten afgraasden zijn dood.  Exit rozenkransje. Het is één van de meest bedreigde planten van Nederland. Nog even en het rozenkransjes gaan alleen nog als gebedsketting door het leven. Of het plantje naar de ketting genoemd is, of andersom, weet ik niet. Maar het is een lief plantje met een lief naampje. In het Engels ook; daar heet rozenkransje pussy toe, poezenteen.

Alsof zes plekken met rozenkransjes al niet alarmerend genoeg is, zijn vier ervan gedoemd te verdwijnen. Ze bestaan namelijk uit vrouwtjes en sommige uit mannelijke plantjes. De rozenkransjes kunnen zich wel een tijdje voortplanten door zich te klonen, maar dan ligt inteelt op de loer. Voor geslachtelijke voortplanting door bestuiving zijn vrouwtjes zowel als mannetjes nodig, tegelijkertijd nog wel. En doordat de beide seksen gescheiden leven, is hun bloeitijd niet meer op elkaar afgestemd. Rozenkransjes bloeien in mei en juni; mannetjes wit, vrouwtjes paarsroze.

Gelukkig zijn er nog twee plekken waar beide seksen groeien: bij Bergen en op Schiermonnikoog. Toch blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam ook daar de voortplanting moeizaam te verlopen. Er hoeft maar een duinenrij tussen de mannen en de vrouwen te staan, of de kans op bestuiving is klein. Toen onderzoekers in 2006 de planten een handje hielpen, vormden de rozenkransjes drie keer zoveel zaad. Ze schreven daarover in De Levende Natuur. Afgelopen  januari schreven andere Amsterdamse onderzoekers verder. Zij onderzochten bestuiving door insecten met oplichtend poeder op de meeldraden. Veel soorten insecten bezochten rozenkransjes soms, maar niet over grotere afstanden. Tot bevruchting met stuifmeel van plantjes achter het duin kwam het daardoor niet. Er moet dus iets anders gebeuren om die planten te redden. En dat is op Schiermonnikoog gebeurd.

In het Kapenglop, het duingebied ten oosten van de Badweg, zijn afgelopen winter nieuwe rozetten ontdekt van rozenkransjes. Ze groeien in de vallei waar Natuurmonumenten in 2007 grond heeft afgeplagd. Dit plaggen was bedoeld om rozenkransje van de ondergang te redden. Op Schier is dat dus gelukt. Andere planten van het Kapenglop, zoals parnassia, hondsviooltje en groenknolorchis, genieten mee.  Recentelijk is ook de duinparelmoervlinder er gezien. Het Kapenglop is één van de botanische topgebieden van Nederland. Toch dreigde het gebied zijn beschermde status te verliezen, toen twee jaar geleden de Natura2000-status werd uitgedeeld. Sommige eilanders noemden het Kapenglop een hondenuitlaatgebied zonder veel natuurwaarden en probeerden het buiten Natura2000 te houden en dan maar meteen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Het was bijna gelukt en dan had alleen de bouwcrisis het Kapenglop nog kunnen redden van bouwputten voor nieuwe horeca.