Roze anjers

Steenanjer, Foto Koos Dijksterhuis

In buitenlandse graslanden langs rivieren vind ik ’s zomers vaak kleine, felroze bloempjes. Een donkerder roze lijn vormt een ring om het bloemhart. De stengelblaadjes zijn klein en smal en groen met een blauwig zweem. Het zijn steenanjers.

Dat ze vaak langs rivieren groeien, zegt niet dat ze van drassigheid houden. Ze staan juist liever in droog grasland op zandgrond, maar ook langs rivieren is grasland vaak droog. Op een stroomrug bijvoorbeeld of rivierduin. Dichtbij een rivier is de afwatering bovendien meestal wel in orde.

Steenanjers zijn in Nederland zeldzaam geworden. Ze groeien het talrijkst in Overijssel langs de Vecht en in Brabant langs de Dinkel. Er zijn meer groeiplaatsen, deels van uit tuinen verwilderde planten. Zelf kijk ik daar niet op neer, zoals botanici soms doen. Zolang het geen veranderde variëteiten zijn, vind ik het een aanwinst als tuinen zorgen voor de verspreiding van wilde bloemen. Liever een tuin vol wilde bloemen dan een tuin vol steen met hier en daar een conifeer en een pot azalea’s. In een zaadmengsel van lage weidebloemen zit vaak zaad van steenanjers.

Steenanjers worden ook Zwolse anjers genoemd. Misschien omdat de Overijsselse Vecht, waarlangs ze vanouds veel bloeiden, ten noorden van Zwolle naar het Zwarte Water stroomt.

Er zijn sterk op steenanjers lijkende roze anjers, waarvan de bloemen de ring rond de kelk missen. Dat zijn Kartuizer anjers, genoemd naar Kartuizer monniken, die de anjers kweekten bij hun Kartuizer kloosters, om zeep van te maken. Met monniken zijn die bloemen vanuit Frankrijk meegenomen naar België en Nederland, waar ze soms verwilderd voorkomen. Of er ook van steenanjers zeep gemaakt kan worden, weet ik niet.