Roofdieren krijgen de schuld

Hermelijn. Foto Edo van Uchelen
Hermelijn. Foto Edo van Uchelen

Heel soms zie ik een bunzing, heel soms een hermelijn, heel soms een wezel. De plekken waar ik ze zie verschillen. Er zat een tijd een bunzing in mijn woonbuurt, die zich als steenmarter gedroeg en in schuurtjes logeerde en ratten ving. Wezels zie ik op droge plekken met veldmuizenholen. Hermelijnen zie ik in weidevogelgebieden.

Kievitseierenzoekers zouden nu knikken en het liefst hun geweer grijpen. In Friesland worden hermelijnen net als een stuk of tien andere roofdieren bestreden. Niet dat weidevogels daardoor gered worden.

Normaal gesproken roeien roofdieren hun prooien niet uit, maar des te vaker krijgen ze er de schuld van. Omdat wij mensen het de weidevogels onmogelijk maken, geven we roofdieren de kans ze de genadeklap te geven. Want als weidevogels geen ruimte meer hebben, op een paar gebiedjes na, dan zitten ze daar met hun allen op een kluit. Zou u als roofdier een levenloos weiland kiezen of naar dat ene veldje met vogels gaan? Daar zit dan de hele populatie onder tandbereik.

Hermelijnen zijn zeldzaam en jagen bij voorkeur niet op vogels. En als er vossen zijn, zijn hermelijnen terughoudend. Worden vossen doodgeschoten, dan grijpen hermelijnen hun kans op een ei. Maar ze zijn niet uit op weidevogels. Hermelijnen willen woelratten. En net als weidevogels redden woelratten het nauwelijks in het boerenland, en verdringen ze zich in die laatste toevluchtsoorden. Dus komen daar ook hermelijnen.

Hermelijnen zoeken woelratten, maar ook dekking. Ze houden van rietkragen, kruidenrijke stroken, struikgewassen. Woelratten leven langs sloten in vochtige terreinen. Weidevogelgebieden zijn vochtiger dan de ontwaterde raaigrasvelden, dus hermelijnen trekken de weidevogeltoevluchtsoorden in, die tegen de almaar intensievere landbouw beschermd worden.

Dit alles heb ik grotendeels uit het nieuwe, fraaie boek Bunzing, hermelijn en wezel, van Edo van Uchelen (KNNV, €24,95).

(Natuurdagboek Trouw woensdag 1 december ’21)