Rood bloeit wit en wit is rood

Witte kornoelje, Foto Koos Dijksterhuis

Kornoeljes zijn struiken die kleur geven aan winterse bosranden. Niet met hun bloemen, bessen of bladeren, die blijven nog even in de spaarstand, samengebald in knoppen. De gele kornoelje krijgt weliswaar in februari al gele bloemen, maar kleur dankt de winterse bosrand vooral aan witte en rode kornoelje. Die hebben namelijk rode stengels. En ze hebben er veel van. Tientallen takken rijzen op uit de gornd. Gaan ze ’s zomers schuil achter groen blad, ’s winters knallen ze eruit. Vooral in de winterzon en al helemaal boven een pak sneeuw. Vuurrood kunnen ze zijn. Vooral de witte kornoelje is rood. De witte is roder dan de rode kornoelje. De witte heeft takken die rondom rood zijn, de rode heeft takken die rood zijn aan de voorkant (lichtzijde) en grijsgroen aan de achterkant (schaduwzijde). De witte kornoelje bloeit wit, maar ook de rode krijgt witte bloemen. Waarom de een dan wit en de ander rood heet? Omdat de witte witte bessen vormt. Dan zou je verwachten dat de rode rode bessen draagt, maar nee, die zijn zwart. Dus de rode kornoelje is naar zijn halfrode takken genoemd en de witte naar zijn witte bessen, omdat ie anders rodere of roodste kornoelje zou heten, wat voor plantkundigen te speels is. Vanwege hun rode winterkleur zijn er nog rodere witte-kornoeljerassen gekweekt of uit het buitenland gehaald voor in de tuin en in parken. De rode komt in het wild voor in Zuid-Limburg. Bedie soorten, vooral de rode, worden wel eens langs bosranden geplant, maar ook zonder helpende hand verwilderen ze vanuit parken gretig langs die bosranden.