Roerloos, zwijgend en groen

Boomkikker. Foto Koos Dijksterhuis
Boomkikker. Foto Koos Dijksterhuis

Een bevriende Trouwlezer en ik wandelen door een groot, afgelegen natuurgebied. Het is een weekdag en de digitale weervoorspellers geven een regenkans van 93 procent. Dat houdt automobilisten, fietsers en wandelaars niet thuis. Wat is natuur toch populair. Het weer valt trouwens reuze mee, van de voorspelde 93 procent valt er hooguit 1.

Langs het weggetje buigt iemand zich over een sloot. Hij richt zijn driepotige camera op het riet. Wat zou daar zitten? Het is helder water, met weelderige begroeiing: lentegroene waterplanten met wat grijze plukken riet van vorig jaar. De camera loert schuin naar beneden. We naderen voorzichtig maar zien niets dan water en waterplanten.

“Wat ziet u daar?” “Boomkikker.” Het leven kan zo eenvoudig zijn! Hoewel, weten dat er een meter voor je neus een boomkikker zit, wil nog niet zeggen dat je hem ook ziet. Zo’n beestje kan volledig opgaan in zijn omgeving. Boomkikkers zitten langdurig roerloos op blad of tak, en zijn vaak precies zo groen als hun zitplaats. Of bruin, ze kunnen verkleuren.

We zien hem. Deze is groen, hoewel hij op grijs riet zit. Toch is hij lastig te ontdekken, hij lijkt een neergedwarreld blaadje, roerloos en zwijgend. Even later zien we een tweede boomkikker, groen als het blad waarop hij zit.

Boomkikkers waren rond 1990 bijna verdwenen uit Nederland. Er bleven restpopulaties over in de Achterhoek en Twente. In Brabant en Limburg zijn ze opnieuw uitgezet, en her en der in het land hebben mensen hetzelfde gedaan, op eigen initiatief, zonder vergunning of kleurenbrochure. Het moet schoon, rijk begroeid water zijn, in de zon en zonder vis. Vis eet het dril op. Zulk water is schaars. Ik heb boomkikkers in het buitenland gezien, maar nooit eerder in Nederland.

Op warme lenteavonden klimmen de boomkikvorsmannen met hun bezuignapte vingertoppen planten en bomen in. Daar kunnen ze urenlang kekkeren, om vrouwtjes te lokken.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 2 juni ’21)