Roeken krassen op het nest

Roeken, © K. Dijksterhuis

Eén van de vroegste broedvogels des lands is de roek. Een paar weken geleden stapten roeken nog door de weilanden waar ik vaak fiets. Nu zijn die weilanden overgenomen door kieviten en kraaien. Maar roeken zijn er minder, hoewel roeken van onze kraaien het meest neigen naar weilanden en akkers. Roeken zijn gek op oogstresten en nog gekker op noten. Ver buiten de wijk waar enkele walnotenbomen staan, liggen lege doppen langs het fietspad. Nu hebben de roeken hun posities ingenomen op het nest.

Roeken zijn ongeveer even groot als zwarte kraaien en hebben ook zwarte veren, maar ze zijn grijs rond de snavel, net of ze daar beginnen te vergrijzen. Hun rechte voorhoofd maakt een hoek met die snavel. Bij kraaien gaan het schuine voorhoofd en de snavel bijna in elkaar over. Roeken lopen en staan ook iets rechter op.

In de provincie Groningen gaat het best goed met de roek. Dat danken ze onder meer aan hun lawaaiige broedkolonies. Onder de eiken van landgoed Ekenstein bij Appingedam krassen de roeken voortdurend. Het is een indringend geluid en als mensen ransuilen en parkieten al verafschuwen vanwege hun geluid, verafschuwen ze roeken zeker. Bomen met roekennesten worden soms illegaal omgehakt, of de vogels worden verjaagd. Ze trekken ergens anders heen en vinden tot op het platste land van Groningen nieuwe nestbomen. De kolonies zijn kleiner dan vroeger, maar het zijn er meer en het aantal roeken stijgt licht.

Die bestrijding is voor roeken wel eens dodelijker geweest. Lawaaiige broedkolonies zijn gemakkelijk te vinden en roeken werden vergiftigd en met nest en al uit de bomen geschoten. Pas sinds 1977 is de soort beschermd.