Roeiende schaatsenrijders

Schaatsenrijder. Foto Koos Dijksterhuis
Schaatsenrijder. Foto Koos Dijksterhuis

Wantsen zijn het, wantsen te water. In Nederland en België komen negen soorten schaatsenrijders voor, maar slechts één heeft een lijfje van meer dan anderhalve centimeter lengte: de grote schaatsenrijder.

Schaatsenrijders leven op stilstaande of langzaam stromende wateren, of in rustige poelen aan de oever van onstuimiger water. Dankzij een vachtje van microscopisch kleine haartjes die een flinterdun laagje lucht vasthouden, en een toefje waterafstotende was, kunnen ze op het water staan zonder weg te zinken. Voor hen is op water lopen geen wonder. Ze zinken wel een klein beetje – rond hun pootjes vormen ze kuiltjes in het water, waartegen ze zich mooi kunnen afzetten. Ze roeien dus meer dan dat ze schaatsen. Daardoor kunnen ze een respectabele snelheid halen van bijna vijf kilometer per uur. Ze rennen over het water naar te water geraakte insecten.

Zoals alle insecten hebben schaatsenrijders zes poten. Bj schaatsenrijders zijn dat vier lange en twee korte. De middelste en achterste poten zijn lang. Met de middelste roeit, met de achterste stuurt het diertje zijn lange, smalle lijf over het water. De voorste twee poten zijn korter en dienen behalve voor stabiliteit ook als grijpers, om prooien mee te pakken.

Behalve in het water spartelende kevers, wantsen, bijen, vliegen en vlinders eten schaatsenrijders muggenlarven en andere waterbeestjes, als die even aan de oppervlakte komen, bijvoorbeeld om te ademen. Dat kunnen kevers zijn, kikkervisjes en misschien ook wel waterslakken. Als er een voedzame prooi op het water drijft, kunnen meerdere schaatsenrijders zich erom verdringen, als gieren om een kadaver. Terwijl ze het slachtoffer met hun voorpootjes in bedwang houden, steken ze hun zuigsnuit in diens lijf.

Schaatsenrijders zijn dan misschien eerder roeiers dan schaatsers, ze zijn als een van de weinige insectengroepen ook ’s winters actief. Dat pleit weer voor schaatsen.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 23 december ’21)