Rode wouw speurt de grond af

Rode wouw. Foto Koos Dijksterhuis
Rode wouw. Foto Koos Dijksterhuis

We zijn een weekje in de Ardennen. Onderweg zagen we in Limburg al een zwarte wouw overvliegen. Dat beloofde wat! Het was de derde en tevens laatste zwarte wouw die ik in Nederland zag. Ik had op róde wouwen gerekend en die verwachting kwam uit.

Wouwen zijn roofvogels. Ze zijn iets groter, maar slanker dan buizerds. Hun lange vleugels en staart doen denken aan kiekendieven. Ze zijn snel en wendbaar, mede dankzij hun gevorkte staart. Vooral rode wouwen hebben een diep gevorkte staart. De beweeglijke vorkpunten maken plotselinge manoeuvres mogelijk.

Voor rode wouwen kun je het best naar Spanje, Frankrijk of Duitsland. In de Ardennen nemen ze toe en vorig jaar broedden er zelfs acht paartjes in Nederland! Maar in Duitsland, waar ongeveer de helft van ’s werelds rode wouwen broedt, hebben ze het zwaar en ook in Spanje en Frankrijk gaat het moeizaam. Toch zijn rode wouwen geen veeleisende kostgangers. Ze leven van kleine zoogdieren, jonge vogels en menselijk afval. Het verdwijnen van rommelige erven waar afval, muizen en vogels te vinden zijn, helpt de wouwen niet. Ze gaan ook vaak dood aan vergiftigd aas, dat meestal bedoeld is tegen vossen.

Om erachter te komen waar ze jagen, broeden en overwinteren, worden sommige wouwen uitgerust met satellietzendertjes. De Nederlandse roofvogelonderzoekers Stef van Rijn en Paul Voskamp doen dat  in de Belgische Oostkantons, samen met de Waalse vogelbeschermingsorganisatie Natagora. Ze volgen de wouwenpopulatie daar al zeventien jaar.

Wij zien elke dag wel één, twee of drie rode wouwen. Prachtige vogels. Ze zweven door het open landschap en speuren de grond af. Hun kop reikhalst zover naar beneden, dat het van onderen gezien lijkt, alsof ze onthoofd zijn.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 10 mei 2016)