Rode libel

Steenrode heidelibel. Foto Koos Dijksterhuis
Steenrode heidelibel. Foto Koos Dijksterhuis

Op het houten bankje in de zon strijkt een libel neer. Hij is niet heel groot, maar houdt in rust zijn vleugels gespreid. Hij klapt ze niet op, zoals een juffer zou doen. Het is een libel. Bijna iedereen zegt libelle, maar dat is een damesblad.

Deze heeft een vuurrood lijf. Het is nochtans geen vuurrode heidelibel, maar een steenrode heidelibel. Hij heeft namelijk geelbruine lijntjes op zijn poten, die de vuurrode mist. De vuurrode heeft bovendien een verdikt achterste. Deze heeft weer wat donkere vlekjes op zijn snuit die een beetje op een hangsnor lijken. Bruinrode heidelibellen zijn even rood als die andere twee, en hebben ook een snor, maar alleen een rechte en dus geen hangsnor.

Anders dan veel insecten zijn steenrode heidelibellen in de nazomer heel actief. De één na de ander strijkt neer op het bankje. Ze zitten graag op zonnige plekjes op hout. Er zijn ook lichtrode mannetjes, die moeten nog uitkleuren. En er zijn geelbruine vrouwtjes.

De mannetjes op het bankje bewegen zich niet, maar maken een allerminst ontspannen indruk. Telkens snorren ze er met grote snelheid vandoor, om een ander mannetje weg te jagen of om een vrouwtje lastig te vallen. Een enkele slaagt daar beter in dan zijn concurrenten en heeft een vrouw met zijn achterwerk bij haar nek gegrepen. Zo vliegen ze samen, het mannetje voorop. Hij probeert haar vast te houden tot ze zijn zaad binnen heeft. Dat gebeurt in een zogenoemd paringswiel, waarbij het vrouwtje haar achterwerk naar voren vouwt en tegen de buik van het mannetje duwt, waar hij een pakketje zaad heeft klaarliggen. Daarna zoekt het stel water op, om eitjes te leggen.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 2 okt. 2015)