Rode klaver bloeit maar door

Rode klaver. Foto Jeanette Essink
Rode klaver. Foto Jeanette Essink

Toen onze konijnen nog leefden (afgelopen zomer werden ze door een marter gedood, die kop en romp scheidde), huppelden ze de tuin door, waarbij alles betast, beklommen en vooral besnuffeld werd. Waar ze scharrelden, viel soms een hoge halm om, als een woudreus bij een houthakkerskamp. Vervolgens ging de halm gestaag naar binnen. Crocussen, sneeuwklokjes en brunel bleven onaangeraakt, zevenblad en haagwinde werden gegeten maar het vaakst zaten ze in het klaverveld. Dat is een overstatement voor het hoekje klaver in het gras.
Klaver bracht de konijnen geluk, dat was duidelijk. Het moet een heerlijk gewas zijn voor ze. Ook de cavia’s zijn er gek op. Bijen komen eropaf en koeien en paarden weten eten het graag. Als veevoedergewas was klaver ooit geliefd, maar het heeft in de veehouderij plaatsgemaakt voor zijn grote neef luzerne.

Sommige nachtvlinders en blauwtjes houden van klaver. Klaver is dan ook een vlinderbloemige. Vlinderbloemigen zijn goed voor de grond. Ze huisvesten bacteriën op hun wortels, die stikstof vastleggen. Dat stikstof halen klavers uit de lucht en komt via hun wortelbewoners in de bodem.
Is klaver nog meer lof toe te zwaaien? Jazeker, het is een van de langst bloeiende planten. De rode vooral. Nog steeds bloeien rode klavers, ondanks een paar nachtvorstige nachten. En ze bloeien niet kinderachtig, het gaat niet om één pierige volhouder, zoals je dat bij paardebloemen en melkdistels wel ziet, nee, temidden van het wit berijpte gras staan tientallen roze bolletjes. Als enige bloeier in de rijp-en-groene omgeving komen ze extra tot hun recht.
Zo onderhand zullen toch ook de rode klavers het laten afweten en moeten we tot de lente wachten op nieuw klavergeluk.

(Natuurdagboek Trouw 22 nov. 2013)

Rode klaver bloeit maar door
DELEN