Rietzangers en rockende gorzen

Rietzanger. Foto Koos Dijksterhuis
Rietzanger. Foto Koos Dijksterhuis

Het wemelt van de rietzangers in de rietkragen langs de veenweiden bij Den Ilp, Waterland. Vlak boven Amsterdam is het oude, Hollandse cultuurlandschap nog aardig intact. Zo intact, dat je er vanuit het bezoekerscentrum alleen per bootje inkunt, op een korte wandeling na, deels over een houten brug, heen en weer naar een vogelkijkhut.

De rietzangers zijn terug uit Afrika. Een paar dagen later volgden de kleine karekieten. Beide soorten hangen aan rietstengels te zingen. Karekieten roepen karrekarrekiet. Rietzangers roepen dat ook, afgewisseld met de wonderlijkste geluiden. Gekras en helder gefluit. Rietzangers hebben een gestreepte kop en baltsen fanatiek. Ze vliegen recht omhoog en dwarrelen als parachuutjes naar beneden.

We zien en horen kieviten, scholeksters, tureluurs en – de mooiste van het weidevogelkwartet – grutto’s. Slobeenden en krakeenden zien er op hun kleurigst uit en dobberen in paartjes rond. Bruine kiekendieven zweven over weiden en riet, lichtvleugelig maar razendsnel. Hun vleugels vormen een V, hun lange poten hangen.

Visdiefjes dansen door de lucht, ook nog maar net terug uit het verre zuiden. Sierlijker vogels dan deze sterns zijn er bijna niet, al komen kiekendieven in de buurt.
Tussen de kakofonische rietzangers door klinkt een ander deuntje. Het is een kort deuntje, maar het heeft swing. Het is het lied van de rietgors, een op een mus lijkende vogel met een gitzwarte kop. Ook hij hangt aan een rietstengel. Hij zit bovenin de pluim te rocken.

Er zijn nog veel meer vogels. Ganzen natuurlijk, eenden, waterhoentjes en meerkoeten, blauwe reigers en kokmeeuwen. Fitissen, kwikstaarten en zwaluwen.
Maar de grootste verrassing: een roerdomp. De zeldzame, bruine reiger klapwiekt ineens vlakbij uit het riet en scheert zich weg langs de rietzangers.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 30 april 2015)

Rietzangers en rockende gorzen
DELEN