Rietorchis

Rietorchis, Foto Koos Dijksterhuis

Van de week zag ik op twee plekken gevlekte rietorchissen opkomen. Ze bloeien in juni, maar de bladeren schieten nu uit de grond. De ene plek is kalkhoudende, vochtige grond in het Lauwersmeer. Daar kun je ze verwachten. De andere plek is een moerasbosje, twee kilometer van huis. Daar was ik eerder, er broeden blauwborstjes, rietzangers, fitissen en tuinfluiters. Ik wandel er graag heen op stille lenteavonden.

Dankzij het herhalen van bijna dezelfde wandeling, ontdek ik er steeds meer. Ik hou daar wel van, al is ook het nieuwe mij niet onwelgevallig. Op de zompige gronden ten oosten van Groningen vond ik vier plekken met rietorchissen. Rietorchissen zijn de algemeenste orchideeën, maar het zijn wel orchideeën. De gevlekte is trouwens zeldzamer, dus dat juist die in het ooit bemeste moeras groeit, is een opsteker. Ik kan daar enigszins opgewonden van raken, wat mijn vrienden gek, maar tegelijk charmant vinden.

De gewone rietorchis bloeit eerder dan de gevlekte. Ik vind die soort zo vaak, dat ik de verleiding heb gevoeld een polletje uit te steken voor in de tuin. Dat is absoluut not-done, maar geen menselijkheid is mij vreemd. Mijn tuin was vochtig, schraal en kalkrijk, de rietorchis had er kunnen aanslaan. Toch blijft verplaatsen tricky met orchideeën. Ze hebben hun eigen schimmels in de bodem, met wie ze samenwerken. Overplanten mislukt bijna altijd. Daarbij is diefstal van orchideeën op sommige plekken een serieus probleem. Je moet het gewoon niet doen. Ik deed het dan ook niet. Ik maakte en hield de omstandigheden orchideevriendelijk. Als dat lukt, komen ze vanzelf, dankzij hun ragfijne zaad, met de wind mee.