Reuzenzwam

© Koos Dijksterhuis

Half september naar Schiermonnikoog, hopelijk paddestoelen eten. Jaren geleden viel de zomervakantie laat en de herfst vroeg en vond ik er veel grote parasolzwammen. Eter-uit-het-wild Michiel Bussink vertelde dat ze goed smaken met schimmelkaas. Aan één hoed kun je een maaltijd hebben en waar één parasol groeit, staan er meer, tientallen soms. We hopen ’s mans schimmelkaasrecept op Schier te beproeven. Ook dit jaar viel de herfst vroeg in en barstte het zwamseizoen begin augustus al los. Veel eilander paddestoelen rotten al of schimmelen – het ziet er prachtig uit trouwens, dat paddestoelenverval. Wat een vormen, daar kan geen beeldhouwer tegenop. Zolang het vochtig blijft en vorstvrij, zetten nieuwe paddestoelen hun hoed op. Op de grens van polder en duinen staat één grote parasolzwam en dat is meteen zo’n gigant dat je er een padvinderspatrouille mee zou kunnen voeden. De hoed meet 25 centimeter en staat of hangt veertig centimeter boven de grond. Hij is vers: vraatsporen van slakken, pissebedden of muizen ontbreken. Maar hij is de enige in zijn soort, hij is zo enorm en siert zo markant de kruising van landweg, fiets- en voetpad… Hem plukken zou onbetamelijk zijn. Gelukkig vinden we meer parasolzwammen, al is er geen zo reusachtig als de reuzen-reus. Tegen de avond haal ik er een paar die meteen in de pan kunnen. We smoren een hoed die nog bol staat en een hoed die zich al heeft geopend. Ho, eerst de pissebedden eruit kloppen. Die schuilen vooral onder de bolle hoed. Beide hoedmodellen smaken licht naar paddestoel. Voor meer smaak zijn knoflook en peper nodig en natuurlijk schimmelkaas.