Reislustige roerdomp

Roerdomp

Roerdompen zijn verlegen reigers. Boven grote rietvelden zie je ze soms een eindje vliegen. Tijdens vorst en sneeuw, zoals de weken tussen eind november en begin januari, zijn ze soms op onverwachte plekken te zien. In buitenwijken, op akkers, bij wakken. Roerdompen zijn niet gebouwd op strenge winters. Er zijn ongetwijfeld roerdompen uit Duitsland en Polen bij ons op bezoek. Sommige Nederlandse roerdompen zijn op hun beurt misschien naar Frankrijk of Engeland gevlogen. Of veel verder. Afgelopen herfst werd een roerdomp uit Noord-Holland waargenomen langs de Senegalrivier op de grens van Mauretanië en Senegal. De roerdomp was gevangen door een consortium van Landschap Noord-Holland, Bureau Waardenburg en Vogelbescherming Nederland en kreeg een satellietzendertje omgegord. Hij trotseerde roofdieren, jagers en duizenden kilometers woestijn. Een andere gezenderde roerdomp vloog zich in Nederland al dood tegen hoogspanningskabels. Roerdompen worden als niet bijster reislustig beschouwd, maar voor deze roerdomp geldt dat niet.

Satellietzenders zijn een opsteker voor onderzoek naar trekvogels. In december berichtte het Wereldnatuurfonds over een pijlstaarteend die vorige lente vanuit Hongkong naar de toendra vloog, hoog boven de poolcirkel, en in de herfst weer terugkwam. Een reis van zesduizend kilometer heen en zesduizend kilometer terug. Een andere pijlstaart bleef onbeweeglijk signalen uitzenden. De plek werd opgesnord en daar bleek een losse zender te liggen, in een jachthut. Voor trekvogels zijn jagers wereldwijd een ramp. Ook purperreigers vliegen gezenderd naar het zuiden. Ze blijken uit Nederland in een week West-Afrika te bereiken. Nogal snel voor zo’n trage vlieger, die alleen ‘s middags genoeg thermiek heeft om naar grote hoogten te schroeven en vervolgens in een glijvlucht van kilometers in de gewenste richting te zweven.