Razendsnelle zaagjes

Boomkikker. Foto Koos Dijksterhuis
Boomkikker. Foto Koos Dijksterhuis

Ze leven bij het water. Maar in de lente klimmen ze eruit. Langs rietstengels, wilgentenen en braamstruiken. Boomkikkermannen willen indruk maken op elkaar en vooral op de vrouwen. Ze klimmen zo hoog als ze duren, voor een plek waar ze van verre te horen zijn. Als muezzins die oproepen voor het gebed schallen ze hun lokroep rond. De mooist, luidst of erotiserendst roepende boomkikker wordt uitverkoren door een vrouwtje en mag haar berijden.

In de zuidoostelijke helft van ons land  zijn enkele plekken waar boomkikkers hun koorzang laten horen. Nou moet u niet te veel voorstellen van die zang. Een kwakende boomkikker klinkt als een razendsnel zaagje. Maar tientallen, honderden of duizenden razendsnelle zaagjes samen doen de lucht gonzen. Duizenden boomkikkers zult u in Nederland niet horen, maar in vele andere Europese landen wel. Vooral in Oost-Europa, waar het landschap nog afwisselend en kleinschalig is, met begroeide sloten en drinkpoelen. Daar gedijen de boomkikkers.

’s Avonds zijn de diertjes het actiefst, al roepen ze ook wel overdag. Dan kun je ze gemakkelijker vinden dan ’s nachts. De kikker op de foto bleef roerloos poseren voor de camera. Hij had een mooie plek in de wilg, die gaf hij niet prijs.

Boomkikkers zijn kleiner dan groene kikkers. Met de zuignapjes aan hun vingers kunnen ze klimmen als geen ander.

De amfibieën leggen eitjes in het water. Daar mogen geen vissen zwemmen, anders worden de eitjes opgegeten. Het water moet bovendien vijftien graden zijn. Daarom kiezen eileggende vrouwtjes kleine, ondiepe plasjes uit. Dat kunnen regenwaterplassen zijn of volgelopen bandensporen in de modder. Het verharden van onze landweggetjes heeft de dieren geen goed gedaan.

(Natuurdagboek Trouw 30 mei 2013)