Ratelende padden

Rugstreeppad met getraliede schalebijter Carabus clathratus, © Meint Mulder

Meint Mulder mailde me weer eens één van zijn buitenissige waarnemingen. Op een Brabants heideveld vond hij een rugstreeppad, die aangevallen werd door een forse loopkever: de getraliede schallebijter. Die kevers zijn zeldzaam maar komen op Brabantse heiden voor. Ze eten kleine ongewervelde dieren en aas, maar deze pad werd levend gepakt. De rugstreep is ook niet algemeen. Ik ken ze van Schiermonnikoog, waar ze zich in de duinen nachtenlang laten horen. Ze kwaken niet, ze ratelen. ‘Rrrrrrr’, klinkt het, en ‘rrrrrr’, luidt het antwoord. Waarschijnlijk roepen mannetjes de vrouwtjes op. Komt allen tezamen, jubelend van vreugde. Padden zijn hitsige dieren. In de vroege lente denken ze maar aan één ding: paren. Of nee, paren doen ze niet echt, ze klampen zich vast aan een vrouwtje, hangen op haar rug tot ze eitjes legt. Slingers van eitjes. Het mannetje laat zijn zaad vloeien over deze veelbelovende onderwater-akker. Zo’n paddenman stelt geen hoge eisen aan zijn vrouw. Wie er maar voorbijkomt voldoet. Ook mannetjes worden subiet bestegen. Soms vormen ze een kluit van vier padden. Pad op pad op pad op pad. Zelfs als je twee gestrekte vingers voor een mannetjespad in het water steekt, grijpt hij zijn kans.

Ik kwam een keer een studente biologie tegen in de duinen, die dacht dat het geluid van kwartelkoningen kwam. Dat zijn ral-achtige akkervogels die nachtenlang kunnen raspen: ‘krrrr, krrrr’. Een andere keer vroeg iemand of hij nachtzwaluwen gehoord kon hebben op Schier, ook al van die ratelaars. Voor zover ik weet komen kwartelkoningen noch nachtzwaluwen voor op Schier. Rugstreeppadden wel. ’s Avonds kruipen ze tevoorschijn en roepen ze naar elkaar dat ze er zijn en dat ze er wezen mogen. Overdag verstoppen zich in holletjes.

Die holletjes graven ze in los zand. Daarom komen ze voor in de duinen en op heiden met stuifzand. En in de Noordoostpolder. Daar barst het van de rugstreeppadden. Het worden er weliswaar minder, maar toch. De rugstreeppad is beschermd, en daarom heb je een ontheffing nodig, als je wilt bouwen en je komt de beestjes tegen . ‘Dat betekent’, zegt paddenkenner Jeroen Reinhold van Landschapsbeheer Flevoland, ‘dat je in de Noordoostpolder altijd een ontheffing nodig hebt. Want ze zijn overal en als ze er niet zijn, komen ze wel op de bouwput af. Als ergens zand met water is, krijg je er geheid rugstreeppadden.’

De Nijmeegse bioloog Reinier de Nooij schreef een advies over hoe daarmee om te gaan. Volgens hem zou je niet kinderachtig moeten zijn met ontheffingen, mits er genoeg rugstreeppadden zijn. Daarvoor in ruil zou je het leefgebied in stand moeten houden. Bijvoorbeeld door een nieuwe stal op paddenland te compenseren met een zandige paddenpoel verderop. Rugstreeppadden vinden het niet erg dat er soms wat geploegd, gegraven en gerotzooid wordt, dat houdt hun zand immers los en open? Het probleem is eerder dat poelen en sloten dichtgroeien.

‘Compensatie is prima’, vindt Reinhold, ‘maar het komt er niet van, omdat niemand een ontheffing meer aanvraagt. Dat is een tijdrovende formaliteit waar niemand wat mee opschiet, ook de rugstreeppad niet. Het Ministerie van LNV geeft toch wel een ontheffing. LNV controleert ook niet, dus in feite heeft niemand een probleem met die padden.’

Dan heeft eens niemand problemen met een dier, dan is dat weer reden voor achteruitgang.