Raapzaad koolzaad

Koolzaad. Foto Koos Dijksterhuis
Koolzaad. Foto Koos Dijksterhuis

Gedurende drie weken reed ik vaak naar Oost-Groningen. Langs de A7 passeerde ik rond 10 maart een geel veldje. Reikhalzend reed ik erlangs. Zo te zien was het raapzaad. Koolzaad heeft dacht ik iets grotere bloemtrossen. Is raapzaad ook niet iets citroengeler en koolzaad iets eigeler? Hoe dan ook, dat was rijkelijk vroeg voor raapzaad. Het is een verwilderd landbouwgewas, waaruit olie geperst kan worden. Koolzaad is ook een verwilderd landbouwgewas, waaruit olie geperst kan worden. Hetzelfde geldt voor mosterd, en deze drie kruisbloemige planten lijken sterk op elkaar. Mosterd bloeit in mei, raap- en koolzaad vanaf april.

We kunnen weer maanden met gele velden tegemoetzien. Ik vind het mooie gewassen, die aan kool verwante oliezaadplanten. In de intensieve akkerbouw, waar geen plaats meer is voor klaprozen en korenbloemen, zorgt koolzaad voor kleur en geur en insectengegons. Want veel insecten komen op die bedwelmende koolzaadlucht af. Ik vind het maar een weeïg aroma, niet lekker, maar ook niet vies.

Ik heb eens een paar uur bij een koolzaadveld gezeten, bij het vangen en ringen van grauwe kiekendieven, die nou eenmaal in akkers broeden. Het verbaasde me hoeveel zweefvliegen en andere insecten er rond de gele bloemen zoemden: vliegen, bijen, wespen, vlinders, juffers. Daar fladderden continu zangvogels heen. Mezen en mussen kwamen van nabijgelegen erven, maar vooral graspiepers en kwikstaarten gingen op jacht. Witte en gele kwikstaarten. De laatste waren even geel als het koolzaad.
Insecten en zangvogels – fijne bijproducten van de koolzaadteelt.

Maar de mooiste insecten-jagende zangvogel die ik er zag was een blauwborst. Als een gele zon tegen een kobaltblauwe hemel, maar dan precies omgekeerd, zat de blauwe blauwborst in zijn zevende hemel van geel koolzaad te zingen.

(Natuurdagboek Trouw 4 april 2014)