Pyjamazweefvlieg op roos

Pyjamazweefvlieg op roos, © Koos Dijksterhuis

Sommige lenteplanten bloeien in de nazomer nog even op. Minder dan in de lente, maar toch. De klimroos tegen mijn achtergevel geeft in augustus een bonus van enkele dieprode bloemen. Vooral met de zon erachter zijn die mooi. Alsof dat nog niet genoeg is, strijkt er een zweefvlieg op neer, een pyjamazweefvlieg. Die heet zo naar zijn streepjespakje. Niet zozeer de zwart-gele streepjes, maar de grijze lengtestrepen bovenop zijn glanzende, koperkleurige borststuk.

Als deze zweefvlieg een pyjama draagt, is het een dunne zomerpyjama, bij het doorschijnende af. De zon schijnt dwars door de zweevlieg heen. Nu schijnt hij dus door zwel de zweefvlieg als de bloem. Een zeldzaam natuurverschijnsel is het niet, wel zeldzaam mooi.

Pyjamazweefvliegen hangen met snorrende vleugels stil in de lucht, om ineens een meter weg te schieten. Ze zijn algemeen in tuinen en waar niet al, zelfs op het strand vliegen ze. Ze zijn dan ook niet kieskeurig over voedsel – ze lusten de nectar en het stuifmeel van bijna alle bloemen, al zijn schermbloemigen favoriet. Hun larven zuigen bladluizen uit. Dat maakt de zweefvliegen populair bij tuinders als biologische luizenbestrijders.

Pyjamazweefvliegeneutjes zijn wit en langwerpig. Een vrouwtje zet ze tussen de bladluizen af, meestal aan de onderkant van een blad. Na een paar dagen komen ze uit temidden van een feestmaal.

Als bladluislarven besef hebben van hun bestaan, zouden ze toch spontaan geloven in een Helpende Hand? Die hand is er ook: hun moeder, maar waarschijnlijk weten ze dat niet. De larven zijn een beetje doorzichtig, ze glimmen en lijken op platte rupsjes. Als de larven zich verpoppen, lijken ze op bruine kloddertjes.