Populierenkatjes

Populierenkatjes. Foto Koos Dijksterhuis
Populierenkatjes. Foto Koos Dijksterhuis

De eiken en beuken zijn nog niet zo ver, maar wilgen, esdoorns en meidoorns hullen zich in een waas van pril geelgroen of groen. Vooral treurwilgen krijgen sluiers. Prachtig vind ik ze. Ze kwamen afgelopen weken heel traag op gang. Eerst dacht ik: bot die treurwilg nou uit of lichten zijn kale twijgen op in de avondzon?

Populieren en berken zie ik nog niet vergroenen. Wel bloeien ze al een paar weken. Populierenkatjes lijken van onderaf zwart, vooral tegen een lichte hemel. Maar ze zijn vaak rood. Ze hangen ook zo hoog, hè, populieren groeien snel tot hoogten waar ze veel wind vangen. Het zijn ook windbestuivers. Ze hebben mannelijke en vrouwelijke bloemen, aan mannelijke en vrouwelijke bomen. De mannelijke laten hun stuifmeel wegwaaien en vallen daarna af. Het stuifmeel waait rond en als het vrouwelijke bomen bereikt kan het de bloemen bevruchten. Over een maand of twee zijn die rijp. Dan barsten ze open en laten ze hun zaad ook weer verwaaien. Dat zaad heeft een windscherm van pluis. De sneeuw van pluizen in juni is vaak van populieren. In de tussentijd vormen populieren hun blad en sneeuwen wilgen hun pluis.

De inheemse wilde populier is de ratelpopulier. Die heeft een wittige stam en wordt nog groter en een stuk ouder dan de doorgaans aangeplante Canadese of Italiaanse populieren. De laatste zijn de smalle hoge bomen langs bijvoorbeeld fietspaden. Die gekweekte populieren zijn vrijwel altijd mannetjes, gestekt van andere bomen. Ze krijgen wel van die prachtige, dieprode katjes. Dat zijn de mannelijke katjes, je zou ze katertjes kunnen noemen. In lage avondzon tegen een blauwe hemel kunnen ze zeer bezienswaardig zijn.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 17 april 2015)