Plat en breed en houtig

Platte tonderzwam. Foto Koos Dijksterhuis
Platte tonderzwam. Foto Koos Dijksterhuis

Op een knoestige stam zag ik een knoestige zwam met een breedte van decimeters. Als een platform stak hij uit de boom. Een stuk was afgebroken, misschien had er een kabouter met overgewicht op gezeten. Kabouters zijn bourgondische wezens, dat is algemeen bekend. Het breukvlak leek wel van hout. Het was dan ook een paddestoel die als ‘houtachtig’ te boek staat. Vanwege zijn grooeiplaats hoorde hij bovendien bij de ‘houtzwammen’.

Deze houtige houtzwam is een tonderzwam. Het is geen zeldzame, maar een gewone tonderzwam is het evenmin. De gewone tonderzwam is hoger en smaller, als een paardenhoef. Dit is een plattere en vooral brede soort: de platte tonderzwam. En al is het geen zeldzame soort, het is wel een zeldzaam grote. Zijn hoed kan zeventig centimeter breed worden.
Van boven is die hoed bedekt met een laagje roestbruin sporenstof. De onderkant is wit, en lijkt als een witte zoom om de hoedrand geslagen.

Tonderzwammen waren tot voor kort zeldzaam, misschien omdat oude, knoestige, zieke en stervende bomen werden vrijwijderd. In de naoorlogse decennia moest ons land gesteriliseerd worden. In een zakelijk, productief landschap pasten knoestige bomen evenmin als kronkelende beekjes, begroeide oevers, prikkelhagen, hobbelige velden en al het andere wat het landschap mooi maakt. We kochten dus maar een auto en konden over de kaarsrechte wegen snel naar het buitenland op vakantie, waar het landschap nog mooi was.

Tegenwoordig mogen beken weer kronkelen en bomen verknoesten. De tonderzwammen zijn talrijk geworden. Ooit werden de gedroogde zwammen gebruikt als aanmaakhout uit de tondeldoos. Waarom de R van de zwam in een L van de doos is veranderd, weet ik niet. Maar zoals het landschap verandert, verandert de taal.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 19 nov. 2014)