Piepkleine mijten

Esdoornknobbelmijt. Foto Koos Dijksterhuis
Esdoornknobbelmijt. Foto Koos Dijksterhuis

Ik haalde wat jonge esdoorntjes uit de tuin van ons huisje op Schier. Ik houd van bomen, maar esdoorns ontkiemen daar elk jaar met honderden, omdat ergens in de buurt een boom staat die zijn zaadneusjes rond laat helicopteren. Eiken, iepen en meidoorns zijn rijker aan wezens die van hen leven, en heb ik liever dan esdoorns. Esdoorns zijn Amerikaanse immigranten die hun ecologische plek nog aan het verkennen zijn.

Niet dat esdoorns lelijk zijn, allerminst. En sommige groene bladeren van de boompjes die ik verwijderd had, bleken te zijn versierd met prachtige, rode knobbeltjes. Roest, heet zoiets, en is meestal veroorzaakt door een schimmel. Of waren het gallen? Gallen zijn groeiwoekeringen die in gang worden gezet door insecten, andere beestjes of door schimmels.

Een beetje zoeken op internet leverde twee kandidaten op, waaruit ik niet kon kiezen: de esdoornknobbelmijt en de esdoornhoornmijt. Ik zette de foto op een determinatiesite waar ik in verschillende reacties te horen kreeg ik in dat het de esdoornknobbelmijt was. Op de vraag waaraan je dat kon zien bleef het antwoord schuldig.

Voor de zekerheid houd ik ze dan maar op esdoornknobbelmijten. Mijten zijn geen insecten. Ze zijn meer verwant aan teken, spinnen en schorpioenen. Net als spinnen hebben ze acht pootjes; insecten hebben daar slechts zes van. Insecten hebben dan weer wel een driedelig lichaam: achterlijf, borststuk en kop. Spinnen hebben een lijf en een kop, terwijl mijten slechts een lijf hebben; hun ogen en mond zitten daaraan.

Esdoornknobbelmijten zijn piepkleine mijten die van en in esdoornblad leven. Als ze esdoorncellen doorboren, reageren aangrenzende cellen kennelijk met een groeispurt, zodat er galletjes ontstaan. Had ik de galletjes maar open gepulkt om te kijken wat erin zat, maar de takken waren met het gft-afval meegegaan en ik had zelf het eiland verlaten. Maar gelukkig heb ik de foto’s nog.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 9 juni ’20)