Piepers

Graspieper. Foto Erik Sanders

Steltloper, duinpieper, pietje… drie vogels in de crypto van zaterdag. En een vis, een zwam, twee zoogdieren. De puzzelmaker had zijn dierendag! De bedenker ervan, stel ik me voor, zoekt een omschrijving en via de ene vogel beland, ligt de asscociatie met een andere vogel voor de hand. Wie bedenkt die puzzels eigenlijk? Er staat geen auteursnaam bij. Maar hij kent de duinpieper. Dat is weinigen gegeven. Duinpiepers zijn klein, bruin en schaars. Je ziet ze nooit. In Nederland dan. Vroeger broedden ze hier op de hei en op zandverstuivingen, niet in de duinen. Als kind werd mij op Schiermonnikoog nochtans verteld dat die kleine bruine vogeltjes, die met een piepje uit het duin opvlogen, duinpiepers waren. Toen ik op mijn veertiende begon met vogels kijken, toog ik ’s morgens vroeg met verrekijker en vogelboek de duinen en kwelder in. Ik wilde die duinpiepers wel eens goed zien. Ik besloop ze en bekeek ze, en ontdekte dat ze vrolijke baltsvluchten maakten. Maar duinpiepers waren het niet. Ze waren gevlekter, ze waren kleiner en ze waren veel talrijker dan de volgens mijn boek niet meer zo algemene duinpieper. En ze leefden in de duinen. Het waren graspiepers.

Graspiepers zijn nog zeer algemeen, al nemen ze op het platteland af. Maar behalve de zwarte kraai neemt elke vogelsoort daar af. Graspiepers broeden daar bijvoorbeeld op de taluds, de schuine oevers van sloten. Gelukkig beginnen waterschappen te ontdekken dat het goedkoper is en beter voor het water om slootoevers minder rigoureus te maaien. Dat kan graspiepers baten.

De duinpieper is als broedvogel verdwenen, maar in de crypto komt ie nog voor!

Zocht een jongen uit (4)