Peper aan de muur en op het dak

Muurpeper. Foto Koos Dijksterhuis.
Muurpeper. Foto Koos Dijksterhuis.

Hoewel hun bloeitijd officieel al ruim een maand voorbij is, gaat muurpeper buiten boekje door nog steeds te bloeien. Muurpeper is een vetplantje, kan goed tegen zonnebrand en staat vaak op hete, droge, schaduwloze plaatsen.

De kanariegele vetplantjes met hun dikke, groene stengels groeien tussen straatstenen, op kaal zand, op platte daken en uit muren en kades. Steen en zand kunnen zo heet worden dat er een ei op te bakken is, maar muurpeper vindt het prima. Muurpeper houdt wel van een beetje klimaatverandering, zou je kunnen zeggen. Zelfs een jaarlijkse overstroming met zout zeewater krijgt muurpeper niet weg. In dat vette blad houdt de plant drinkwater vast voor slechtere tijden.

De vochtvasthoudende eigenschap maakt muurpeper en verwante vetplanten van het geslacht Sedum (vetkruid) geschikt als dakbedekking. De vetplantjes hebben geen onderhoud nodig, blijven klein en bloeien geel of rossig. Wie een isolerend dak wil dat er ook nog chique en mooi uitziet, hoeft niet langer riet te dekken.

Muurpeper en consorten zijn prachtig. Toen ik in mijn vorige woning het uitzicht van de bovenverdiepingen op het platte schuurdak zat was, heb ik er een stenig laagje aarde opgelegd met sedumplantjes. Een prachtig gezicht. Daarbij hield het water vast, zodat de regen geen plassen meer vormde. Bovendien bood het bijen en vogels meer ruimte. Als alle niet-zo-heel-schuine daken eens met sedums beplant werden, dat zou een boel groen opleveren zonder dat het ruimte kost!

Muurpeper heet peper omdat het pikant smaakt. In Zweden vond ik een neef van muurpeper, die iets hoger wordt en trosjes van meerdere bloemen vormt, en de fraaie naam tripmadam heeft. Geen idee waarom de plant zo heet. Zou consumptie ervan reislustig maken?

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 9 sept. 2016)