Parelmoer- en andere vlinders

Kleine parelmoervlinders. Foto’s Koos Dijksterhuis
Kleine parelmoervlinders. Foto’s Koos Dijksterhuis

We wandelen door de duinen. Er fladderen vlinders rond, ook typische duinvlinders. Rood-met-zwarte sint-jacobsvlinders zijn hier relatief veel, omdat er jacobskruiskruid groeit. Dat is de waardplant van de vlinders. Hun zwart-geel gestreepte rupsen vreten die planten volledig kaal. Alleen al voor die fraaie rupsen en hun nog fraaiere vlinders zou je jacobskruiskruid moeten koesteren.

In een bloemrijk duinvalleitje zien we icarusblauwtjes en sint-jansvlinders van klaver naar klaver fladderen. Blauwtjes zijn natuurlijk blauw, sint-jansvlinders zijn zwart met rood, net als sint-jacobsvlinders. De eerste hebben rode rondjes, de laatste hebben die ook maar bovendien een rode streep. Beide staan niet in het dagvlinderboek, omdat ze als nachtvlinder beschouwd worden, ook al vliegen ze overdag.

Er dwarrelen hooibeestjes en zandoogjes langs. En voor onze voeten strijkt een parelmoervlinder neer. Een kleintje. Het zal dus wel een kleine parelmoervlinder zijn. Of een duinparelmoervlinder? Het zwarte vlekkenpatroon op de oranje vleugels geeft niet meteen duidelijkheid. Maar gezien de grote witte vlekken op de onderkant van de vleugels en is het toch echt een kleine.

Kleine parelmoervlinders zijn echte zomervlinders. Juli en augustus zijn hun piekmaanden. Maar de eerste verschijnen in april al en de laatste blijven hangen tot oktober. Dan zijn er wel drie generaties gepasseerd. Vlinders leven niet lang. Kleine parelmoervlinders slurpen nectar uit viooltjes, slangenkruid en (daar istie weer) jacobskruiskruid, alledrie algemeen present in de duinen. Ze zetten hun eitjes alleen af op viooltjes, die door de parelmoerrupsen opgegeten worden. In de duinen zijn dat duinviooltjes. Mochten de vlinders eens de vleugels strekken en de duinen verlaten, wat ze soms doen, dan zullen ze ook andere viooltjes als babykamer gebruiken, maar geen Kaapse.

(Natuurdagboek Trouw maandag 22 juni 2015)