Paddestoel uit zee

Zeepaddestoel, Foto Koos Dijksterhuis

In Spanje was ik eens op een strandje, waar menigeen in zee de hitte ontvluchtte. Het was druk in het water. Op één stukje zee na. Een meter of vijf was leeg. Er stonden wel veel mensen aan het strand. Sommigen wezen. Ik dacht: daar is ruimte en iets te zien. Er bleek een reusachtige kwal te drijven. Een zeepaddestoel, ook wel bloemkoolkwal genoemd. Het was een lichtblauwe kwal, in zee leek hij wit. Ik zwom eromheen, zeepaddestoelen hebben geen lange tentakels en steken niet. Ze zijn voor een kwal stevig gebouwd. Meestal zijn kwallen toch nauwelijks meer dan een drijvende zak in water opgeloste gelatine.

De volgende dag keek ik nog even. De kwal lag verdroogd op het strand, er stonden stokken in gestoken. Kwallen zijn gehaat. Kwallen kunnen massaal voorkomen. Bij Japan vormen ze plagen. Dat komt doordat de tonijnen zijn uitgeroeid. Tonijnen eten kwal. In Nederland zijn massa-strandingen van zeepaddestoelen gebruikelijk in de herfst. Ze liggen dan als halve bollen aan de waterlijn, glanzend blauw. Soms liggen ze ook languit gestrekt, zoals het onfortuinlijke exemplaar op de foto. Die is kleiner dan de Spaanse van daarnet, maar voor Nederland nochtans een reus.

Zeepaddestoelen eten vooral plankton. Kleine visjes zullen er soms ook wel ingaan, maar vaak zoeken kleine visjes juist beschutting onder de kwallenhoed.

Kwallenlarven groeien als een poliep op vaste bodem. Na verloop van tijd laten de jonge kwalletjes een voor een los en drijven ze weg. Ik lees op soortenbank.nl dat van zeepaddestoelen het beginstadium op vaste grond nog nooit is gezien. Vreemd. Het eindstadium daarentegen wordt vaak gezien: een enorme, aangespoelde kwal.