Paashaas

Haas, © K. Dijksterhuis

Het lijken molshopen in het groene land, groen van gras of jonge wintertarwe. Maar het zijn hazen. Hazen gaan vaak gedrukt door het leven. Ik denk dat ze denken: als ik me roerloos tegen de grond druk, denken ze dat ik een molshoop ben. Hazen zijn merkwaardige wezens. Schuw en snel in de vlucht, maar vaak ook tam, bij het naïeve af. Ik heb het een paar keer beleefd dat ze argeloos rakelings langs me heen hupten. Dan dek je: zal wel aan de wind liggen, de wind staat gunstig voor mij, maar eenmaal gepasseerd keert die redenering zich tegen me.

Hazen worden al lang mysterieus gevonden. Dat deed ze geen goed. Een haas op een ochtend in mei had hetzelfde effect als een zwarte kat die je pad kruiste. Tegenwoordig is dat effect van de haas uitgewerkt, ik hoor er althans niemand over, terwijl de zwarte kat nog altijd verdacht wordt. Hazen worden nog wel fanatiek bejaagd, hoewel ze in aantal afnemen. Maar plezierjacht, de naam zegt het al, is ook niet bedoeld voor het op peil of in bedwang houden van hazenaantallen, maar voor de lol. Als kind vond ik het opgewekt beginnende in een groen groen groen groen knollen knollenland maar zielig eindigen, het klopte niet, ik hoopte op vergelding of wederopstanding van dat ene haasje uit de dood. Pasen! Kijk, daar hebben we een mooi bruggetje!

De paashaas gaat rond met een mand op zijn rug vol geverfde eieren. Er zijn genoeg eieren voor iedere achtertuin, die mand raakt nooit op, die eieren lijken de vijf broden en twee vissen wel. De haas was waarschijnlijk net als het konijn als kordate voortplanter een symbool van vruchtbaarheid en eieren zijn de kiem van het leven. Een haas met eieren was dus een geschikte kostganger om het ontluikende leven van een nieuwe lente mee te vieren. Toen dat heidense gefeest niet meer van de kerkvaders mocht, hebben we het onder de paasvlag weten te verstoppen.

wegspurtende haas, © J.A. Leideritz

De haas komt voor in een hele rij gevleugelde uitspraken. Angsthazen gaan er als een haas vandoor via het hazenpad. Toch is dat te kort door de bocht. Hazen rennen razendsnel, sneller dan konijnen, ze kunnen wel zeventig per uur en er zijn geen honden die dat halen. Wel kunnen hazewindhonden een haas inhalen door de vele zigzag-hoeken die de haas maakt, af te snijden. En kogels zijn altijd sneller dan welk dier in doodsangst ook, leugens die de waarheid achterhalen. Een haas doet er daarom slim aan zich gedrukt te houden, zodat hij op een molshoop lijkt. Soms houdt zo’n haas dat verbazend lang vol en rent ie vlak voor je voeten pas weg. Een hazenslaapje is naar die pose genoemd. Ze lijken in slaap maar blijven alert en schieten er ineens vandoor.

De haas op de foto zat aan de overkant van een sloot en ik dacht eerst: is ie wel helemaal goed? Konijnen hebben in zo’n geval vaak myxomatose of VHS onder de leden, maar dat zijn geen hazenziekten. Toch bleef hij roerloos zitten waar hij zat, handig voor de foto. Op de terugweg keek ik of hij er nog zat. Nergens te bekennen.