Paarse paddestoel

Rodekoolzwam, © K. Dijksterhuis

Alweer een paddestoel? Ja, het is toch herfst?! Daarbij vind ik paddestoelen een beetje magisch. Het zijn chemische fabriekjes. Wat ze niet aan vergiften en traktaties, aan kleuren, geuren en smaken vervaardigen, onvoorstelbaar. Ze hebben wonderlijke vormen, verschijnen plotseling, en zelfs hun vergaan is oogstrelend. Wat een sculpturen! Er zijn duizenden soorten paddestoelen in Nederland, er is voor een leek zoals ik geen beginnen aan. Maar het is leuk om te pogen ze te determineren. Struinend door bossen in Drenthe en Friesland kwam ik veel paarse zwammen tegen. Tussen de bladeren en onder de bomen vallen ze nauwelijks op, hoe paars ze ook zijn. De kleur maakt ze herkenbaar als amethistzwammen, beter bekend als rodekoolzwammen. De rode kool danken ze aan hun kleur, niet aan hun smaak. Ze zijn kleurrijk maar smakeloos. Hun vorm kan wel uiteenlopen. Ze groeien alleen of op een kluit, op allerlei bodems, in loof- en naaldbos. Hun paddestoelenfamilie bestaat uit zo variabele zwammen, dat ze fopzwammen zijn genoemd. De Nederlandse namen van paddestoelennamen zijn vaak prachtig, het is jammer dat mycologen, paddestoelkenners, vrijwel uitsluitend de wetenschappelijke namen gebruiken.

Er is een vocht nodig voor het diepe lila van de rodekoolzwam. In droge tijden verbleekt de zwam. Ook als hij ouder wordt, wordt de zwam lichter van kleur, dankzij het witte poeder van de sporen. Vooral de lila plaatjes onder de lila hoed raken dan wit bepoederd. Die plaatjes staan vrij ver uit elkaar, de rodekoolzwam heeft grof plaatwerk.

De rodekoolzwam is ook onder de grond paars. De zwamvlok vertakt zich door en rond boomwortels, met wie de paddestoel samenwerkt. De zwamvlok ruilt water en voedingsstoffen tegen koolstof uit de boom.