Paardestaart te water

© K. Dijksterhuis

In Engeland noemen ze hem ‘mare’s tail’ en de plant lijkt ook op een paardestaart, een paardestaart te water. Twee jaar geleden vond ik er één in de sloot. Rare plant, dacht ik, want in Groningen zijn ze niet zo talrijk. Ze houden van kalkhoudend water met een kleiige bodem. Kleiige bodems zijn er genoeg in Groningen, maar kalkrijk water is er minder. Boek erbij, het was lidsteng. De plant is eerder een weegbree dan een paardestaart, al beschouwen sommigen lidsteng als aparte familie, een familie met één familielid.

Lidsteng.

Deze zomer staat de sloot er vol mee. Vast ontsnapt uit een tuinvijver. In kraakheldere smeltwaterplassen op IJsland en Groenland zag ik ook lidsteng. In het Duits heet ie ‘Tannenwedel’, dennenstaart of dennenkwast. In het Frans heet ie ‘pesse vulgaire’. Wat zou pesse betekenen? Het woordenboek zwijgt. Internet verraadt alleen het Franse dorpje La Pesse en het Drentse Pesse. Nu ken ik lieden met talenknobbels en die zet ik aan het zoeken. Dat wil zeggen: ik vraag of zij het weten en dan willen ze het weten ook.

Ik vind bizarre plantennamen wel wat hebben. Stel dat ik met een bosje lidsteng aansluit in de rij voor de kassa, mijn portemonnee uit mijn tas moet vissen en vraag: ‘kunt u mijn lidsteng even vasthouden?’ Hoe komt iemand op lidsteng? Zou waterstaart niet logischer zijn? Eén van de talenknobbels, tekstschrijver Marein Kolkmeijer, suggereert dat lidsteng verwijst naar de gelede stengel. Natuurlijk, zo zit het.

Op de valreep mailt taalspeurder Karin van Dorsselaer dat ze de vertaling van het Franse woord ‘pesse’ heeft gevonden. ‘Het betekent lidsteng, nooit van gehoord, het schijnt een waterplant te zijn.’

Eén gedachte over “Paardestaart te water”

  1. Geachte heer Dijksterhuis,

    Volgens mijn “Petit Robert” (zeer gezaghebbend woordenboek, ed. 1967) is “pesse” afkomstig van het latijnse woord picea (boom met hars) en van pix (pek). Verder geeft het aan dat het woord voor het eerst gebruikt werd vanaf 1784 voor een waterplant uit de familie van de “Hippuridées” met tengere stengel en bladkransen; soms wordt de plant “pessereau” genoemd. Verder geeft dit woordenboek voor “hippurique” aan dat het afkomstig is van hippos en ouron (urine) en dat “acide hippurique” veel zou voorkomen in de urine van planteneters, vooral van herkauwers; de “Petit Larousse” noemt daar ook de mens bij.
    Als u eens een blaadje kapot wrijft lijkt me dit niet moeilijk te controleren. Ik lees uw natuurdagboek elke dag met grote interesse vanwege de natuur en het taalgebruik.
    Met vriendelijke groet,
    Jan Snippe.
    Met vriendelijke groet

Reacties zijn gesloten.