Paardenbijter

Paardenbijter m., Foto Jeanette Essink

Vrrroem, daar jaagt een libel. Een paardenbijter, een mannetje. Die heeft een brede blauwe band op zijn bovenrug, met daarboven een lichtgele kopspijker. Even hangt de paardenbijter stil in de lucht, met snorrende vleugels, dan schiet hij weer verder naar een volgende plaats om te bidden. Bidden, zo heet dat vliegen op de plaats rust. Het is een inspannende bezigheid. De Rode Koningin legt Alice in Wonderland uit, dat je je moet inspannen om op je plaats te blijven, stilstand is achteruitgang. Zweefvliegen bidden ook, klapeksters, ijsvogels, buizerds, torenvalken. Ze bidden voor het eten. Het eten van paardenbijters bestaat uit insecten. Vliegen bijvoorbeeld.

Vliegen kunnen in enorme aantallen om paarden zwermen. Soms zie ik paarden gelaten in een vliegenwolk staan. De vliegen verdringen zich om hun ogen, oren, neus. Het paard knippert eens en schudt een oor. Bewonderenswaardig stoïcisme! Zelf zou ik zwaaiend met mijn armen wegrennen.

Paardenbijters voeren hun bliksemaanvallen graag uit op de vliegen bij een paard. Ze werden ooit door boeren verdacht van aanvallen op de paarden, maar die boeren keken niet goed. Paardenbijters opereren juist ten gunste van paarden, al doen ze dat niet bewust.

In september hoeft het maar even te nazomeren, of de paardenbijters snorren voorbij. Zoals alle libellen leggen ze eitjes op waterplanten, maar dat weerhoudt hen er niet van zich tijdens de jacht ver van het water te begeven. In tuinen, op straat, middenin het bos; overal duiken paardenbijters op. In groepen patrouilleren ze langs bosranden. De mannetjes zijn blauw gevlekt, de vrouwtjes bruin en geel. Die vrouwtjes leggen de eitjes. Dat doen ze het liefst in stilstaand water, uw tuinvijver bijvoorbeeld.