Paal voor aardster

Aardster, Koos Dijksterhuis

Voor de voordeur van vriendin stond een kniehoog, ijzeren paaltje. Het stond vriendin in de weg. Er stak een decimeters lange dwarsbalk uit. De niet zo mobiele buurvrouw kon zich stoten en dan zouden de aders spatten. Het was zo’n paaltje waar je een fiets onneembaar in kunt opsluiten. Met schuifslot. Het sleuteltje was weg, maar met dichtgeschoven stang leek het net echt. Ik zette er graag mijn fiets in, maar vriendin was onverbiddelijk: paaltje moest weg. Drie keer raden wie de ijzerzaag mocht bedienen.

Ik hurkte en was meteen roze en geel van het stoepkrijt waarmee de buurkinderen de tegels hadden ingekleurd. Zagend schampte ik mijn knokkels langs de grond, de vuurdoorn erboven stak venijnige doorns in mijn kleren en vel. Het simpele, maar inspannende en langdurige karweitje werd een meditatieve oefening. Eindeloos dezelfde beweging. Ik dacht: kom, ik maak mijn geest leeg, wat nog tegenviel.

Eindelijk was het rotding doormidden. Achter het stompje zag ik op het zand onder de vuurdoorn een bolletje met een kartelkraag. Een aardster! Aardsterren groeien vooral aan de landinwaartse rand van de duinen. Huis van vriendin staat daar niet zover vandaan. Ik dacht: zal wel de gekraagde aardster zijn, de minst zeldzame aardster, al had ie geen binnenkraag en was ie nogal klein. Het bolletje was zo groot als een ouderwetse knikker. Maar het was een oud exemplaar, ietwat verdroogd, verschrompeld en gekrompen. Getuige het gerimpelde gat op zijn kruin was de ster al geruime tijd verlost van zijn sporen.

Ik vind hem het meest op de roze aardster lijken. Maar een expert die ik raadpleegde, denkt aan een peperbus. Allebei heel zeldzaam. Het afgezaagde paaltje was na twee nachten verdwenen.