Over de dijk rond Breebaart

Kluut, © K. Dijksterhuis

Breebaart is een polder die negen jaar geleden is ontpolderd. Door een duiker, een tunnel door de dijk, kabbelt de Dollard in en uit. Het zoute zeewater draagt slib aan maar doet via een slenk de poldergrond ook afkalven. De polder ziet er nu al puur natuur uit. Slik, kwelders, riet. We wandelen eromheen. Van de dijk af kijken we uit over de Punt van Reide, het schiereiland dat de Eems van de Dollard scheidt. Je mag er niet zomaar op, het is het domein van ganzen en schapen. In de verte kun je soms zeehonden zien luieren. Daarachter, aan de overkant van de Eems, verrijst een muur van fabrieken en kranen – de stad Emden. Er waait een harde, ijskoude noordenwind. We lopen flink door en verzamelen kluiten schapenstront onder onze zolen.

Er waden kluten door Breebaart. Prachtige vogels vind ik dat. Ze zijn slank, gitzwart met sneeuwwit en zwaaien met hun lange, in een boog opgewekte snavel door de modder. In Breebaart broeden ze. Er zijn krak-, berg- en wilde eenden, brand- en grauwe ganzen, zwermen spreeuwen en kieviten. Een groep goudplevieren vliegt over, noordelijke vogels die bij ons overwinteren. Ze fluiten in de vlucht.

© K. Dijksterhuis

Aan de landzijde lopen we terug. Bij de vispassage rent een ree het riet in. Ver voor ons schrikt een buizerd op. Hij vliegt weg, strijkt neer en herhaalt dit als we opnieuw naderen en herhaalt, herhaalt. Uit de vogelkijkhut zien we in de verte een roofvogel op de grond. Hij zit op een prooi waar hij veren uit plukt. De buizerd? Nee, het is een havik. Een bosvogel in een ontpolderde polder aan zee.